Op de vlucht

Meneer Jensen weet niet wat hem overkomt als de politie ineens voor zijn deur staat. Die komen hier normaal nooit. Of hij de personen op de foto herkent? Jazeker kent hij die. Ze hebben bij hem overnacht en hij zal ze niet snel vergeten. Het waren hele nette mensen, ze gedroegen zich voorbeeldig en hebben de rekeningen netjes betaald, contant. Wist hij veel dat ze gezocht werden.

We lopen door de Argentijnse patagonische pampa. Het is stralend weer en we kunnen meer dan honderd kilometer ver weg kijken. Honderd kilometer westwaarts rijst de berg Fitz Roy nog hoog boven de andere toppen uit. Een grillig beeld van scherpe rotspunten die uitsteken boven een grote ijsvlakte. Fitz Roy ligt al weer honderd kilometer achter ons. Een dorre vlakte met scherp gras en kleine struikjes omgeeft ons. Af en toe schreeuwt een guanaco, een soort lama die met zijn bruin-beige vacht perfect gecamoufleerd schuil gaat in het landschap. Zijn waarschuwingsschreeuw voor de andere guanaco’s verraadt hem, maar pas als de guanaco gaat lopen en boven op een heuvel verschijnt kan ik hem ontwaren.

Soms staan er een paar hoge groene bomen in landschap. Zij markeren de plek van een ‘estancia’, een grote boerderij in de Argentijse pampa. De estancias staan ver van de weg af, ze hebben niet zelden een kilometers lange oprijlaan en ze staan tientallen kilometers van elkaar vandaan. Het is hier lastig om ruzie met je buren te krijgen, tenzij het over de erfafscheiding gaat. Want het hele terrein van een estancia is afgezet met paaltjes en prikkeldraad. Tientallen kilometers, vaak meer dan honderd kilometer hek bakent het terrein af.

Rond vijf uur komen we bij de herberg die meneer Jensen gebouwd heeft. Een herberg in een verlaten gebied, gebouwd voor schaapherders die hun kudde hier de rivier La Leona over wilden zetten. Een vlot bracht de schapen over. Dat duurde even en in de tussentijd konden ze bij meneer Jensen overnachten, eten en drinken. Slechts heel af en toe kwamen er andere gasten. Een enkele handelsreiziger of avonturier. Meestal bleven ze één nacht, een enkele keer iets langer. Deze keer was het anders. Wat ze deden wist hij niet, maar dat waren zijn zaakjes niet. Ze bleven een hele maand, waren zeer voorkomelijk en brachten hun tijd grotendeels door met kaarten.

We zijn de enige gasten in de herberg die Jensen in 1895 bouwde. Het is hier nog steeds niet druk en mensen blijven niet lang. Alleen als de bus tussen El Calafate en El Chaltén stopt is het eventjes druk, in tien minuten kopen mensen koffie of een koek, daarna vertrekt de bus weer en is het weer rustig. We houden van deze rust. Jeannette leest een boek en ik laat de omgeving op me inwerken. Ik probeer me voor te stellen hoe het was in 1905 toen Jensen zijn notoire gasten had. De asfaltweg waar wij over lopen was een karrespoor, maar er was al een weg. Patagonië werd ontdekt door avonturiers en immigranten, mensen die hun geluk op een heel andere plek wilde beproeven. Net zoals de Deen Jensen die de herberg bouwde.

Robert LeRoy Parker en Harry Longabaugh hadden zich ook in Patagonië gevestigd nadat het ze te heet onder de voeten werd in Amerika. Ze werden gezocht voor berovingen van banken en treinen. Jarenlang konden ze zich goed vermaken op hun eigen estancia. Maar toen het geld op was moesten ze weer op pad. Na de beroving van de bank Londres y Tarapacá in Río Gallegos in het uiterste zuidwesten van Patagonië sloegen ze op de vlucht naar Chili. Voor ze veilig de grens over konden gaan hielden ze zich een maand schuil in de herberg van Jensen. Jensen herkende ze duidelijk op de foto die politie had. Hun bijnamen: Butch Cassidy en de Sundance Kid.

Wij slapen waar zij geslapen hebben, maar we blijven niet zo lang. De volgende ochtend vertrekken we weer, ook op weg naar Chili. Drie dagen lopen we over de pampa voor we bij El Calafate aan komen. Drie dagen, ruim honderd kilometer, zonder een huis te zien langs de weg.

Vlak voor we El Calafate in lopen komen we bij een politiepost. Een agent wenkt ons, of we even binnen willen komen. Ik krijg het gevoel dat we op de vlucht zijn. Alle auto’s, vrachtwagens en bussen mogen zonder problemen El Calafate binnenrijden, maar wij moeten ons verantwoorden. Elke ochtend pakken we al onze bezittingen bij elkaar en trekken weer verder. Alsof we op de vlucht zijn. De politie wil weten wat we hier doen en waar we overnachten. We worden zelfs geregistreerd in een boek. Hij schrijft onze namen en Chileense identiteitsnummers nauwkeurig op. Ik heb geen idee waarom en wat ze ermee doen, maar het geeft me een onbehaaglijk gevoel. Ik zou niet weten wat ik misdaan heb, maar toch ben ik er niet zeker van dat ik niks misdaan heb. Dadelijk zegt hij nog dat we niet over de weg mogen lopen.

Maar er gebeurt verder niets en we mogen El Calafate in. We trekken verder, niet omdat er iemand achter ons aan zit of om iets achter ons te laten, maar om een doel voor ons te halen. We zijn overal welkom en we betalen netjes, contant.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Argentinië. Bookmark de permalink .

Een reactie op Op de vlucht

  1. Jose Bongarts zegt:

    Hoi Arlen en Jeanette,

    Wat maken jullie toch veel mee en wat schrijven jullie er mooi over. Het zal voor jullie strakjes in Nederland wennen zijn! Geniet nog van de tijd die je daar hebt want voor je t weet ben je terug in het ” saaie ” Nederland.

    Groetjes uit Sambeek.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s