D(w)aas op oorlogspad

Rond het middaguur breekt de zon door en met de zon komen ook de dazen, op zoek naar bloed. Ze dansen om mij heen, ze zoemen rond mijn hoofd en ze hebben maar één strategie: ‘hit and run’. Spreekwoordelijk natuurlijk. Ik heb nog nooit een daas zien wegrennen, vliegend zijn ze veel sneller.

Ik heb mijn camouflagepak aan. Witte broek, wit shirt, witte pet. Het schijnt dat de dazen je dan minder snel in de gaten hebben. Ze zoeken naar zwart, iets donkers en iets dat warmer is dan de omgeving. In de meeste gevallen is dat voor de daas het achterwerk van een paard. Maar ook al ben ik in het wit, uiteindelijk vinden ze me toch.

Toch hoop ik dat ik, gehesen in mijn camouflagepak, niet hoef te grijpen naar mijn laatste redmiddel. Mijn laatste alternatief als niets meer werkt, het muskietennetje. Het landschap is veel te mooi om door een gaasje te bekijken. Ik wil de natuur niet door een schermpje zien, dan was ik wel thuisgebleven en had ik een natuurfilm opgezet.

Maar ik ben niet wit genoeg om de dazen helemaal te ontlopen. Een stukje zwart haar op mijn achterhoofd is zichtbaar en de dazen hebben duidelijk voorkeur om op dat zwarte stukje af te gaan. Jeannette vindt dat mijn haar grijs is, maar in dit geval ben ik toch geneigd de dazen te geloven. Mijn haar is zwart genoeg om dazen aan te trekken. De dazen zien mijn achterhoofd dus blijkbaar aan voor het achterwerk van een paard. Nou neem ik aan dat voor een kleine daas op zoek naar bloed alles wat tien of twintig keer groter is dan de daas zelf gewoon gigantisch groot is en ze de afmetingen dus niet goed kunnen inschatten, maar toch zie ik deze belediging als een regelrechte oorlogsverklaring. Alles is nu voortaan geoorloofd. De dazen hebben een strategie, ik heb er ook een: ‘catch and kill’.

Ik gebruik mijn nekharen als voelsprieten. Zodra een daas op mijn achterhoofd of nek landt, op zoek naar een stukje huid om in te bijten, sla ik toe. Het is duidelijk te merken dat we in gebied lopen dat vrijwel onbewoond is. De Hudson vulkaan ligt op een steenworp afstand en vorig jaar is hier iedereen geëvacueerd in een straal van dertig kilometer rond de vulkaan. Tijdens deze omvangrijke operatie zijn alle 45 mensen uit het gebied vertrokken. De meesten zullen wel weer terug zijn, hoewel het enkele huisje dat we langs de weg zien vaak onbewoond is. Hierdoor zijn de dazen gewoonweg niet gewend aan onze soort, mensen. Het ergste wat een daas op het achterwerk van een paard kan overkomen is een aai met de staart.

Bij mij is dat anders. De daas weet niet wat haar overkomt. Vanuit het niets verschijnt een arm met een hand uit het achterwerk van het paard en grijpt de daas. Gevangen in mijn hand rol ik de daas naar mijn vingers. Voorzichtig knijp ik erin tot er een klein knakje te horen is. Het vergt enige oefening om de juiste kracht te gebruiken. Niet te hard, want dan knijp ik doorzichtige, kleverige smurrie uit de daas en komen mijn vingers en handpalm onder dit goedje te zitten. Ik heb overigens gehoord dat dit spul zoet schijnt te smaken en heel voedzaam is, maar hoewel ik het bloed van deze duivelse dazen wel kan drinken heb ik het nog niet geproefd. Ook moet ik niet te zacht knijpen, want dan zijn ze hooguit eventjes bewusteloos en vliegen ze weer weg zodra ik ze los laat.

Het heeft mijn voorkeur om de dazen net voldoende toe te takelen zodat ze onschadelijk worden. Ik gooi ze vervolgens op hun rug voor mij op de grond, ze komen altijd met hun rug op de grond te liggen, met hun pootjes omhoog liggen ze nog even te spartelen en dan trap ik ze dood, om er helemaal zeker van te zijn dat ze me niet meer achterna komen. De enige goede daas is een dode daas.

Ik pluk ze ook achter mijn oren vandaan, met duim, middel- en wijsvinger. Ik lijk wel een volleerd goochelaar die dazen van achter zijn oren vandaan tovert. Links een, rechts twee, ik pluk zo minstens vijf tot tien dazen per dag achter mijn oren vandaan. Dat heb ik Hans Klok, ook in zijn goede dagen, nog nooit zien doen.

Ik dood tientallen dazen per dag, soms wel meer dan vijftig. Vandaag is een extreme dag. In de loop van de middag vallen ze me soms met tien tegelijk aan. Mijn handen maken overuren en ik heb geen tijd meer om eerst zachtjes te knijpen en ze daarna dood te trappen. Ik knijp hard en gooi de dazen, dood en uitgeknepen, weg. Mijn handen zijn plakkerig van het dazenbloed. Ik tel de dode dazen niet meer, maar het zijn er vandaag meer dan honderd.

Het was een dwaze dag. Een dwaze dazen dag. Er zullen nog wel meer dwaze dazen dagen volgen. Ik lijk wel een Don Quichote die tegen dazen vecht, maar ik geef de strijd niet op.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Bijzonderheden, Region 11: Aysen. Bookmark de permalink .

4 reacties op D(w)aas op oorlogspad

  1. Karl Kusters zegt:

    Hoi Arlen,

    Wat een volharding! Ik had het allang opgegeven en het muskietennetje opgezet. Ik neem toch aan dat een aantal dazen je toch wel te grazen weten nemen. Zeker als ze je met z’n tienen tegelijk aanvallen. Degenen die je toch weten te bijten, zijn de slimmere danwel snellere variant. M.a.w. je ruimt enkel maar de dommere langzamere dazen op en de betere exemplaren blijven over. Dus door deze natuurlijke selectie blijven alleen de geslepen examplaren over om zich voor te planten. Leuk voor de wandelaars volgend jaar!

    Misschien wordt het toch tijd voor een wazige dazen dag,
    Ik neem aan dat Jeanette zich al wel overgegeven heeft aan het gaasje voor?

    Groetjes,
    Karl

  2. Hennie van den Broek zegt:

    Hoi Arlen en Jeannette, Wat een ellende met die dazen. De diertjes zitten Arlen niet mee. Eerst veel last van de honden. (zijn die er nu nog steeds zoveel?) en nu weer van de dazen. Ik zou toch ook zeggen dat je meer grijze haren dan zwarte hebt Arlen! Maar ja hoe dan ook ze zitten blijkbaar graag aan jou. Heeft Jeannette er niet zoveel last van? Daar hoor ik niets van, maar ja die is ook donkerblond he. Groetjes Hennie.

  3. Rob Spee zegt:

    Ik ben in ieder geval blij geen daas te zijn die toevallig in de buurt van de Hudsons vulkaan woont. Je zou maar de vergissing maken om Arlen aan te zien voor het achterwerk van een paard………..!?
    Veel succes en “kill them all” !!

    Rob Spee

  4. Renee van Limborgh zegt:

    Hee stoere wandelaars!

    Bij dit verhaal krijg ik een herinnering aan een stukje onderweg naar Santiago waarbij ik in een vliegenplaag terecht kwam. Of het door de geur van mijn zweet kwam of door het feit dat ik even alleen door een soort van vallei langs een riviertje liep, ik weet het niet. Een zwarte zwerm van vliegen zat me achterna en ik maaide maar steeds met m’n armen om ze te verjagen; werd er helemaal gek van zodat ik op een gegeven moment begon te rennen, gillen en schreeuwen. Dat was niet met een wheelie, wel met volle bepakking op mijn rug dus ook geen pretje!
    Mezelf eigenlijk helemaal niet meer gerealiseerd dat ze op een gegeven moment weg waren tot een later moment van reflectie, hoe gaan dingen?
    Enniewee, weer heel tof om jullie berichten te volgen en toi toi!

    Groet van Renée uit Breda.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s