Droomplek

De wekker gaat. Het is koud in de kamer en ik trek de dekens nog even lekker over me heen. ‘Sta je op?’, vraagt Jeannette.
Ik heb nog geen zin om op te staan. We zijn sinds Hornopiren weer een week onafgebroken onderweg. Opstaan is eigenlijk het probleem niet, ik vind het niet erg om het bed uit te stappen en een ontbijtje klaar te maken, maar ik heb geen zin om al mijn spullen weer in te pakken.

De nacht was koud en de cabaña in Villa Santa Lucia is nauwelijks geïsoleerd. Het is amper 10 graden binnen. Ik maak de kachel open en tot mijn verbazing is die niet alleen netjes gevuld met brandhout, maar ligt er bovendien een aanmaakblokje in. Even later verwarmt de brandende kachel het huisje en zitten we in een t-shirtje aan de ontbijttafel, met uitzicht over de bergen die Villa Santa Lucia omringen.

Ik treuzel een beetje met mijn koffie. De zon schijnt heerlijk naar binnen en ik zou het niet erg vinden om hier een dagje te blijven.
‘Drink je je koffie op?’, vraagt Jeannette, ‘Dan kunnen we zo gaan.’
Ze heeft gelijk, het is een prachtige dag om te lopen en nu is het nog heerlijk fris buiten. Over een paar uur, als de zon wat hoger staat, wordt het zweten. En toch, zelfs met dit weer, moet ik een drempeltje over. Toch heb ik bijna elke ochtend een gemengd gevoel. Ik wil weg, verder lopen, het onbekende tegemoet, me laten verrassen door wat we tegenkomen en tegelijkertijd wil ik blijven.

We hebben sinds ons vertrek uit Tripartito, sinds de dag dat we zijn gaan lopen, 201 dagen geleden, al 45 dagen niet gelopen. Ik had niet verwacht dat we zo veel dagen niet zouden lopen. Toen we ruim vijf jaar geleden naar Santiago de Compostela liepen, liepen we bijna elke dag. Maar tijdens deze tocht heb ik meer behoefte aan zo af en toe een dag niet lopen. Niet omdat ik dan niet hoef te lopen. Lopen is heerlijk. Oke, als we bijna veertig of meer kilometers gelopen hebben is het wel prettig voor de benen om een dagje rust te krijgen, maar anders wil ik elke dag wel lopen. Nee, een dag niet lopen betekent ook een dag op dezelfde plek blijven. Een dag geen spullen inpakken en ’s avonds gewoon weer in hetzelfde bed liggen.

Ik weet niet waar we vandaag zullen eindigen. Het is 70 kilometer naar La Junta, de volgende plaats, en waarschijnlijk zullen we weinig tegenkomen onderweg. Hooguit een eenzame boerderij of afgelegen huisje. De gids van Copec, de Chileense oliemaatschappij, ‘Chiletur’ noemt wel het plaatsje Villa Vanguardia, maar het is onduidelijk wat hier is en waar het ligt.

Na 22 kilometer lopen kondigt een bord langs de weg aan dat we bij een ‘fuente de soda’ en ‘coffeeshop’ komen. We hebben net nog even gepauzeerd maar het is warm, de zon staat hoog aan de hemel en we hebben wel zin in een verfrissing. We komen bijna nooit iets tegen en als er iets is, willen we dat graag belonen met een bezoek. De vrouw van de Coffeeshop kent Villa Vanguardia.
‘Ja, dat is acht kilometer verder’, zegt ze, als ik er naar vraag. ‘Maar daar is helemaal niets. Ze hebben het gebouwd voor kolonels uit het leger van Pinochet. Later wilden ze er vakantiehuisjes van maken, maar er ging niemand naar toe, iedereen ging naar La Junta. Nu wonen er een paar mensen, maar je kunt er niet overnachten. Dat staat wel in de Chileturgids, maar dat klopt niet.’
Ik ben teleurgesteld. Kamperen vind ik niet erg, maar het is erg warm vandaag en een douche vanavond zou heerlijk zijn. Dat zit er dus waarschijnlijk niet in.

We doen ruim twee uur over de acht kilometer naar Villa Vanguardia. Volgens de vrouw van de coffeeshop zou de weg ‘casi plano’ zijn, bijna vlak. Het is maar hoe je het interpreteert. We gaan alleen maar omhoog en omlaag en zweet loopt in pareltjes langs mijn rug en armen. Maar Villa Vanguardia ziet er hoopvol uit. Bordjes heten ons welkom en kondigen overnachtingsplekken aan. ‘Cabañas, Alojamiento, Camping’, lezen we. Aan een brede zijstraat van de Carretera Austral staan mooie bruine huisjes op een rijtje. Bij de eerste huis staat het bordje ‘Supermercado Evy’.

Ik loop naar binnen en sta tot mijn verrassing niet in een winkel, maar in de rommelige keuken van het huis. Uit iets wat op een kast lijkt komt een jongeman met ontbloot bovenlijf naar buiten. Hij loopt blijkbaar altijd met een hemd aan in de zon, de plek van de schouderbandjes tekenen fel wit af tegen zijn bruine schouders, nek en armen. Zijn spierwitte torso toont een duidelijk begin van een bierbuik. Hij kijkt me vragend aan.
‘Eh, kunnen we hier overnachten?’, vraag ik.
‘Een momentje’, en weg is hij.
Dit biedt hoop. Het is niet meteen nee, dus er is iets.
‘Nee, sorry’, zegt hij als hij terug komt, ‘alles zit vol.’
Ho, wacht even, hoezo ‘alles’? Zo snel komt hij niet van ons af.
‘Is er echt niks?’, vraag ik, ‘een kamer, een cabaña of iets anders?’
Zonder iets te zeggen loopt de man weer weg. Ik wacht en vraag me af of hij gewoon vertrokken is of dat hij nog iets aan het navragen is, maar niet veel later komt een oudere vrouw vanaf de trap naar beneden. Ze wrijft met haar handen door haar ogen en kijkt me met een slaperige blik aan. Ik heb haar gestoord in haar siesta zo te zien, maar ik herhaal mijn vraag.
‘De cabaña zit vol’, zegt ze, ‘hebben jullie een tent bij?’, voegt ze er aan toe.
‘Ja, we hebben een tent. Kunnen we hier dan kamperen?’
Er stond een bordje met camping en dat vind ik al lang prima, als ik maar kan douchen.
‘Geen probleem’, zegt de vrouw, ‘zet je tent maar ergens neer.’
‘Waar is de douche?’, vraag ik
‘Douche?’ antwoordt ze vragend. Het is mij niet duidelijk of ze niet weer wat een douche is, of dat een douche in Villa Vanguardia beschouwd wordt als overdreven luxe.
‘Het is warme dag’, zeg ik, ‘en ik zou graag een douche willen nemen’, leg ik haar uit.
‘Er is alleen koud water.’
‘Vind ik niet erg, het is een warme dag’, stel ik haar gerust
‘Als je je wilt wassen, daar ligt de tuinslang’, is haar antwoord.
Ze is natuurlijk nieuwsgierig naar mijn goddelijk lichaam, maar ik heb ik weinig behoefte om naakt bij haar in de tuin te gaan staan.
‘Ik zou het graag iets meer privé doen.’
‘Die kant op is de rivier, daar kun je je ook wassen.’
Het is duidelijk, ik ga me wassen in de rivier, meer zit er hier niet in. We kunnen de tent opzetten, maar daar houdt het dan ook mee op.

De vrouw wijst ons een plek aan naast het huis. Een paar hanen, kippen en een tiental kuikens struint het gras af naar iets eetbaars. We vinden een redelijk vlak stukje voor onze tent en ik probeer de kippenstront een beetje uit het gras weg te trappen. Het is een rommelige plek met een verdwaalde kruiwagen, de restanten van een kampvuur en een paar provisorische bankjes, maar het ziet er niet verkeerd uit. Er staat zelfs iets van een picknicktafel. We gaan daar even iets eten voor we de tent opzetten, maar dat hadden we beter niet kunnen doen. Ik hoor een driftig gezoem van vliegen. Af en toe vliegt er een rond mijn hoofd, maar er is iets anders, vlak bij, waar ze veel meer interesse in hebben.
‘We kunnen hier maar beter niet eten vanavond’, zeg ik tegen Jeannette.
‘Hoezo?’, vraagt ze.
‘Naast mij ligt iets onsmakelijks, je kunt beter niet kijken.’
Dat had ik niet moeten zeggen. Ze kijkt onmiddellijk om te zien wat het is.
‘Ah, gatver, we gaan ergens anders zitten.’
Ze staat meteen op en ik volg haar. De aanblik van een bebloede schedel van een geit, vol met vliegen, is niet echt eetlustbevorderend. Haar glazige zwarte ogen staren me nog angstig aan. De rest van de avond zie ik die bebloede schedel steeds voor me. Bij elke vlieg die ik zie, elke vlieg die bij me in buurt komt en elke vlieg die een poging doet op mij of mijn eten te landen, denk ik: ‘Die heeft net op de schedel gezeten’.
Als het gaat schemeren kruipen we de tent in. Vliegenvrij gaan we slapen.

We zijn weer onderweg. We lopen over de carretera Austral en hebben er weer een lange dag opzitten. Een geschikte kampeerplek hebben we nog niet gevonden, maar ineens komen we bij een klein dorpje. Vijf huizen telt het. Het staat niet op de kaart, het heeft niet eens een naam, maar het lijkt een toeristische plek. Bij elk huis hangen bordjes: hospedaje, alojamiento, cabañas. Hier biedt iedereen wel een of andere vorm van onderdak aan. Als we in de buurt van het eerste huis komen, begint de hond die in de tuin ligt luid te blaffen, de andere honden in het dorp volgen. Overal klinkt geblaf. Vier kinderen die op straat aan het voetballen zijn kijken op, om te zien waarom de honden blaffen. Als ze ons zien rennen ze snel weg, een huis in. De bal laten ze op straat liggen. Ik negeer de hond bij het eerste huis, loop de tuin in en klop aan bij de voordeur. Een man met ontbloot bovenlijf maakt de deur open. Hij loopt blijkbaar altijd met een hemd aan in de zon, de plek van de schouderbandjes tekenen fel wit af tegen zijn bruine schouders, nek en armen. Zijn spierwitte torso toont een duidelijk begin van een bierbuik.
‘Kunnen we hier overnachten?’, vraag ik.
‘Nee, alles zit vol’, antwoordt de man, ‘misschien bij de buren’
We lopen naar het volgende huis. De hond in de tuin begint te blaffen. Nog voor ik de tuin in kan lopen gaat de deur open en een man met ontbloot bovenlijf stapt naar buiten. Spierwitte buik, bruine armen, schouders en nek.
‘Wat wil je?’, vraagt de man.
‘We zoeken een overnachtingsplek.’
‘Heb ik niet’, antwoordt de man, ‘alles zit vol, maar misschien bij de buren.’
Maar ook het derde en vierde huis heeft geen plek voor ons. Er is nog één huis over, waar we misschien kunnen overnachten. Het is het mooiste huis van het dorpje. De tuin is netjes bijgehouden en er is geen hond die begint op een blaffen. Ik duw het hek open en onmiddellijk gaat een alarm af. Ik doe het hek snel dicht en het alarm houdt op. Ik probeer het nog een keer, maar weer gaat het alarm af. Dan tikt er iemand op mijn schouders.
‘Arlen, wakker worden. Arlen, de wekker gaat.’

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Region 10: Los Lagos. Bookmark de permalink .

Een reactie op Droomplek

  1. Wilma den Breejen-Buhrs zegt:

    Wat schrijven jullie toch ontroerend mooi!
    Dankzij jullie goede wijze van verhalen is het zo makkelijk je te verplaatsen en al die kilometers, de natuur, de sfeer in stadjes en rondom hun bewoners, mee te beleven.
    Echt een boek uitgeven hoor!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s