Bij de Pewenche

Als je door Chili reist zou je bijna vergeten dat er al mensen in Chili woonden voordat de Spanjaarden vanaf 1540 dit land veroverden onder leiding van Pedro de Valdivia.
De meeste bewoners in Chili hebben of een blanke huid of een iets getinte, ´Spaanse´ huid. Maar sommige mensen hebben een ´afwijkende´ huidskleur en uiterlijk. Dat zijn de oorspronkelijke bewoners, de Indianen. Vaak wonen deze mensen in de wat meer afgelegen gebieden

In het noorden van Chili, op de Altiplano (op zo´n 4000 m hoogte), zijn we de Aymara Indianen tegengekomen. Onze eerste gids van Trekking Chili, Alvaro, was een Aymara Indiaan. Na 5 dagen met ons in het begin te zijn meegelopen, heeft hij afscheid van ons genomen. Behalve met hem, hebben we geen echt contact gehad met andere Aymara Indianen. Deze mensen zijn behoorlijk op zich zelf en het lijkt alsof ze geen behoefte hebben om buitenlanders te leren kennen.

De indianen die wonen de regio´s waar we nu zijn en waar we net doorheen zijn getrokken, regio Araucania en regio Bio-Bio, de Pewenche Indianen (zij zijn weer onderdeel van de Mapuche Indianen) vinden het juist leuk om in contact te komen met buitenlanders, en dus met ons.
Maar, dit gold nog niet in 1541 voor Pedro de Valdivia, die samen met zijn vrouw Ines en zijn leger het gebied van de Mapuche Indianen wilde veroveren. Vanaf het noorden was hij Chili in 1540 binnengevallen, maar is niet verder gekomen dan de regio Bio-Bio. De Mapuche Indianen hebben hem gevangen genomen, aan een boom vastgebonden en met mesjes, terwijl hij nog leefde, steeds een stukje vlees van hem afgesneden. Dit vlees roosterden ze vervolgens op een vuurtje en aten het op, onder toeziend oog van Pedro de Valdivio zelf.

Voor diegene die meer willen weten over de verovering van Chili door Pedro en zijn vrouw Ines, raad ik aan om het boek ´Ines, vrouw van mijn hart´ van Isabel Allende te lezen.

Ons ontvangst in het Pewenche-dorpje Quinquen was gelukkig een stuk gastvrijer. Maar goed, Arlen is geen Pedro de Valdivia en ik ben geen Ines, ook al komen wij ook vanaf het noorden, zij te paard, wij te voet. Ines heeft in haar tijd menig Indiaan onthoofd, ik daarentegen heb in Chili zelfs nog geen vlieg kwaad gedaan (ik heb wel eens stenen naar blaffende honden gegooid, maar geen enkele steen was goed raak).

Toen we uit Lonquimay naar Quinquen vertrokken zei Joaquin Meliñir, van de toeristeninformatie en zelf Pewenche Indiaan, dat we in Quinquen maar naar zijn neef Lorenzo Meliñir moesten vragen. Hij regelt dat toeristen bij een Pewenche familie kunnen overnachten.
Als we rond 17.00 uur in Quinquen aankomen, waar we een paar huisjes zien, vragen we aan een oude vrouw ´weet u waar Lorenzo Meliñir woont? Volgens onze informatie regelt hij dat we hier ergens zouden kunnen overnachten´. De oude vrouw wijst naar een klein wit huisje, zo´n anderhalve km verderop en zegt ´daar woont Lorenzo, daar kunnen jullie overnachten´.

We zijn blij dat Lorenzo hier bekend is, maar iets minder blij dat we nog zo´n anderhalve km moeten lopen, nadat we er al vandaag 32 op hebben zitten.
Als we bij het huisje aankloppen doet een man van begin 30 open en kijkt ons vragend aan. ´Kunnen we hier overnachten´, vragen we, een beetje twijfelend, want het lijkt alsof het huisje nog niet is ingericht. Er hangen wel fittingen aan het plafond, maar geen lampen. ´Ja, kom binnen, jullie kunnen hier overnachten en ook eten als jullie willen´, zegt Lorenzo.

Zijn vrouw Margot vertelt ons dat het traditionele eten van de Pewenche, vooral als basis ´piñones´ heeft. De ´piñones´ groeien aan de Araucania boom. In de regio ´Araucania´, waar we nu zijn, groeien deze bomen in overvloed. Ze geeft ons beide een ´piñon´, die we rauw opeten. Het heeft een beetje een ´nootachtige´ smaak, is langwerpig en een paar centimeter groot.

Als avondeten krijgen we eerst maissoep en vervolgens ´puree de piñones´ met een gebakken ei. De puree ziet er een beetje uit als aardappelpuree, maar blijkt erg droog te zijn. Als ik er een hap van neem, heb ik moeite om het weg te krijgen. Ik heb ook nog eens het gevoel dat zodra deze puree in mijn maag komt, de puree uitzet en direct mijn hele maag vult. Arlen heeft er blijkbaar minder moeite mee. Hij heeft zijn bord snel leeg en zegt dat het erg lekker is. Ikzelf vraag me ondertussen af hoe ik dit bord ooit leeg moet krijgen. Ik probeer het weg te krijgen door er een stukje gebakken ei bij te eten. Dit gaat iets beter, maar als mijn ei op is, ben ik nog niet halverwege met mijn puree.
Ik besluit om de strijd op te geven en schuif het bord een beetje van me af.
Gelukkig wordt mijn bord, zonder verder iets te zeggen, weggenomen door Margot.

Een paar minuten later wordt ons een schaaltje voorgezet, het nagerecht. Als ik zie wat het is, moet ik een paar keer slikken. Er drijven zeker 10 piñones in een sausje in het schaaltje. Ik kijk hulpeloos naar Arlen, die direct aan zijn toetje begint. Het sausje, dat een beetje naar kaneel smaakt, zorgt er gelukkig voor dat het me nu wel lukt om de piñones weg te krijgen.

Tijdens het eten vertelt Lorenzo ons wat over zijn leven als Pewenche. Hij is geboren in Quinquen, waar hij nu nog steeds woont. Het is gebruikelijk dat alle mannen in het dorp waar ze geboren zijn blijven wonen en dat de vrouwen met een man uit een ander Pewenche dorp trouwen en daar gaat wonen. Bijna iedereen in Quinquen, zo´n 250 inwoners, is familie van elkaar en heeft als achternaam ´Meliñir´, wat ook de achternaam is van Lorenzo. De oude vrouw die we in het begin van het dorpje spraken, blijkt zijn moeder te zijn.

Nu ik dit hoor moet ik denken aan het Pewenche museum in Ralco, waar we een week geleden waren. Het is een nieuw museum, uit 2010, waarin het leven van de Pewenche Indianen wordt uitgebeeld. Ze laten er foto´s en levensechte beelden zien van mensen die nu wonen in Ralco. De gids van het museum, ook een Pewenche Indiaan, heeft ons daar rondgeleid. Hij wijst een foto van hemzelf aan, van een oom en van een tante. Eén van de levensechte beelden is een neef van hem. Ik vond het toen raar dat er zoveel familie van hem in het museum was afgebeeld.

De volgende dag gaan we weer verder, verder naar het zuiden. Waar Pedro de Valdivia gestopt is, gaan wij wel verder.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Region 8: Bio bio, Region 9: Araucania. Bookmark de permalink .

Een reactie op Bij de Pewenche

  1. Wat mooi verteld, Jeanette deze boeiende geschiedenis van Chili en de cultuur van de indianen.
    Goede, veilige reis!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s