Een bijzondere dag

We zitten in een houten huisje bij een houtkachel en ik nip aan mijn koffie, de beker met beide handen omklemd. De wind raast om het huis en doet het golfplaten dak trillen en schudden. We hebben vandaag 17 kilometer gelopen, gisteren 37. Je zou denken, het was een rustige, gemakkelijke dag, maar niets is minder waar. Vandaag was een van onze zwaarste dagen.

De dag begon fris. De nacht was helder en de tent is nat van de dauw. De zon schijnt al flauw door de bomen als we opstaan en de lucht ziet strak blauw. Nog voor wij klaar zijn met inpakken vertrekt de man bij wie we op het erf staan. Hij komt ons gedag zeggen.
‘Denk eraan’, zegt hij nog, ‘na de pasarela, linksaf en later rechtsaf, alsmaar omhoog, omhoog en dan omlaag, omlaag. Daarna is het vlak tot Troyo.’
De pasarela is een klein, smal bruggetje voor voetgangers. Die moeten we nemen om naar de overkant van een zijarm van het stuwmeer Ralco te gaan en op de route naar Troyo en Lonquimay te komen.

Rond negen uur vertrekken we. Ik volg de route die op mijn GPS staat, die ik via Google Earth heb uitgezet. Na een kleine kilometer komen we bij een brede brug over de rivier.
‘Ik snap er niks van’, zeg ik tegen Jeannette, ‘waarom heeft die man niks over deze brug gezegd?’
Het pad dat we volgen is breed genoeg voor auto’s, wel hobbelig en steil omhoog, maar auto’s kunnen hier rijden. Net als we aan de klim beginnen komt er een kleine vrachtauto aan.
‘Waar gaan jullie naar toe?’, vraagt de man achter het stuur.
‘Naar Lonquimay’, antwoord ik.
‘Dan ga je verkeerd, dat kan niet via deze weg.’
‘Waarom niet?’, vraag ik, want volgens Google Earth kan het wel.
‘Deze weg gaat naar Guallali. Voor Lonquimay moet je een rivier over en die staat nu wel een meter hoog. Zelfs met een paard kom je er niet over. Jullie moeten de pasarela nemen en daarna het voetpad omhoog. Dat is de enige manier om naar Lonquimay te gaan.’
Dus toch de pasarela. Ik kijk Jeannette aan. ‘We moeten terug zeg ik.’
‘Kom’, zegt de man, ‘ik breng jullie wel even naar de pasarela.’
Dat is een aanbod dat we niet laten lopen. Samen tillen we de wheelies in de vrachtauto, rijden een stukje terug en worden afgezet bij het pad dat naar de pasarela leidt. De man loopt mee.
‘Ik wil niet dat jullie verdwalen’, zegt hij.
We tillen de wheelies over een meter hoog hek en klimmen er zelf overheen. Het pad gaat daarna steil omlaag en de man helpt eerst Jeannette en daarna mij zodat we heelhuids bij de pasarela komen. Aan de overkant gaat het pad minstens zo steil weer omhoog.
‘Ik denk dat jullie samen één karretje omhoog moeten tillen aan de overkant’, zegt de man, ‘ik moet weer verder.’

Het is een goed advies. Het is onmogelijk om het smalle, steile pad omhoog te lopen met een wheelie. Ik zet mijn wheelie aan de kant en help Jeannette met haar wheelie omhoog. Het pad ligt bezaaid met keien en rotsen. Ik moet de wheelie aan de achterkant optillen en schuif regelmatig weg. Na honderd meter is er een vlak stukje. We parkeren hier de wheelie en gaan mijn wheelie halen. Jeannette gaat weer voor en ik achter. Een half uur later zijn we tweehonderd meter verder.
‘Dit gaat niet, dit lukt niet’, zeg ik wanhopig tegen Jeannette, ‘mijn rug gaat eraan op deze manier. Ik moet steeds kromgebogen de wheelie tillen. We moeten iets anders bedenken.’
Jeannette vervloekt de gidsen van Trekking Chile. ‘Hadden ze ons hier niet voor kunnen waarschuwen! Ze weten niets van de route die we lopen!’

De wheelie is ook als rugzak te dragen. Het karretje is uitgerust met eenvoudige schouderbanden. ‘Als we wat zware spullen van de wheelie afhalen en jij draagt die’, zeg ik tegen Jeannette, ‘dan ga ik proberen om een wheelie op mijn rug te nemen.’
Even later zit ik geknield voor een wheelie, gesp de heupband vast en trek de schouderbanden aan. Jeannette tilt de wheelie aan de achterkant op terwijl ik voorzichtig opsta. Ik trek de heupband en de schouderbanden nog extra strak aan. ‘Laat maar los’, zeg ik tegen Jeannette. Bijna val ik achterover als ze wheelie loslaat. Ik buig voorover om het gewicht goed boven mijn benen te krijgen en grijp boven mijn hoofd de dissels van de wheelie vast. Met bijna dertig kilo op mijn rug strompel ik het pad omhoog. Het is zwaar, maar het gaat. Na de frustratie voel ik voldoening. We hebben een oplossing. In gedachten dank ik Radical Design voor de mogelijkheid om de wheelie als rugzak te dragen. Ik heb eerder overwogen om de schouderbanden er zelfs af te knippen omdat ik dacht dat ik deze toch nooit zou gebruiken, daarvoor is de wheelie, met al onze spullen, veel te zwaar. Maar nu, op dit extreme pad, is het de enige mogelijkheid om omhoog te komen.

Ongeveer 500 meter verder wordt het pad vlakker. Ik heb mijn wheelie en de wheelie van Jeannette omhoog gesjouwd en Jeannette heeft de losse spullen versjouwd. We zijn inmiddels meer dan twee uur onderweg en volgen het pad met de wheelies achter ons aan. Soms is het pad smal, soms zitten er brede groeven in het pad en steeds ligt het pad bezaaid met keien. Met moeite lukt het ons om langzaam vooruit te komen. Smallere paadjes leiden soms steil omhoog, maar we volgen steeds het meest brede pad. Na een uur ploeteren wordt het pad even iets vlakker. We komen bij een boerderij en het pad houdt op. Ik ga op zoek naar de bewoners en een eindje verder is een oude boer bezig met zijn paard. Als ik hem vraag naar de weg naar Lonquimay, vraagt hij waar mijn voertuig is. Hij begrijpt er niets van als ik hem probeer uit te leggen dat we te voet zijn en met een karretje lopen, maar hij loopt met me mee terug naar de boerderij om de weg te wijzen.
De man zwaait met zijn armen, mompelt wat en kijkt me dan aan met een blik van: ‘zo, nu weet je het wel en kun je verder’. Maar ik weet nog niks, ik begrijp er niets van.
‘Tiene plata?’, vraagt de man.
Ik moet nog drie keer vragen wat hij zegt en dan begrijp ik het.
‘Heb je geld?’, vraagt hij.
‘Weinig’, zeg ik.
Weer zegt de man wat onverstaanbaars en hij vertrekt. Ineens besef ik dat hij iets met ‘caballo’ zei.
‘Ik denk dat hij zijn paard gaat halen om ons de weg te wijzen’, zeg ik tegen Jeannette, ‘maar ik denk ook dat hij er geld voor wil’.
Ik haal de biljetjes van 10.000 pesos (vijftien euro) uit mijn portemonnee en geef die aan Jeannette, een paar briefjes van duizend laat ik zitten.

Een half uur lang sjokken Jeannette en ik achter deze oude cowboy aan. De boer heeft tijd genoeg om zijn paard regelmatig te laten grazen, zo snel lopen wij niet. We lopen een klein stukje terug en gaan vervolgens via smalle paadjes, net breed genoeg voor onze wheelies, omhoog.
Dan wijst de cowboy breed grijzend naar een breder pad omhoog. Hij mompelt nog wat, maar dat versta ik niet. Ik vraag hem of we dit pad moeten nemen en of het de enige weg is. Hij knikt ja. ‘omhoog, omhoog, omhoog’, zegt hij erbij. Drie keer hetzelfde woord, dat versta ik.
Ik bedank hem, pak mijn potemonnee en geef 3.000 pesos. Hij is er duidelijk blij mee. ‘Maar dan wil graag een foto, maken’, zeg ik nog.

Om drie uur ’s middags bereiken we het hoogste punt van vandaag. We hebben acht kilometer gelopen en zijn 500 meter gestegen in zes uur.
‘Dit is veel te zwaar’, zucht Jeannette als ze boven komt. Uitgeput hangt ze over haar wheelie. Ze moet eerst even op adem komen voor ze een slokje kan drinken.
‘Vanaf nu gaat het omlaag’, probeer ik Jeannette op te beuren.

En het gaat inderdaad alleen nog maar omlaag. Het is een zanderig pad, met veel minder keien dan het pad omhoog. Soms hebben we moeite om de wheelies achter ons een beetje goed tegen te houden en zelf niet weg te glijden, maar we lopen vlot omlaag. Af en toe komen we bij een klein stroompje waar de weg doorheen loopt, maar we kunnen ze passeren zonder natte voeten. Na een uur komen we bij een klein riviertje. Hier kunnen we niet meer met droge voeten aan de overkant komen. Het is zeker drie meter breed en 15 tot 20 centimeter diep. Als we hier door lopen hebben we drijfnatte voeten en schoenen. We nemen een korte pauze, eten een appel en net als we de appel op hebben klinkt er getoeter achter ons. Een rode pick-up kan niet langs de wheelies die op het pad staan. Er zit een jonge vent achter het stuur en hij wil ons wel helpen. In no-time staan de wheelies achter in de pick-up, ik erbij en Jeannette in de cabine. Aan de overkant zijn de wheelies net zo snel weer uitgeladen. De chauffeur stelt zich voor: ‘ik ben Carlos’, zegt hij, ‘Charlie’, voegt hij als vertaling aan toe. Ik geef hem ons visitekaartje. Carlos grijpt zijn fototoestel uit de cabine van pick-up en zet deze op de rand van de achterkant. Hij móet met ons op de foto en wil ook onze handtekeningen. Zodra hij die heeft springt hij weer de pick-up in en gaat er vandoor. Wij blijven verbouwereerd achter. Had hij al over ons gehoord?

Het is inmiddels vijf uur en we zijn op zoek naar een kampeerplek. Ik zie een mooi vlak stukje gras bij een boom en iets verderop staat een boerderij. Drie mannen te paard drijven zes, zeven andere paarden een wei in. Ik loop er naar toe en vraag of het goed is als we hier gaan kamperen. Dat is prima en water kunnen we ook krijgen.

De boerderij is een eenvoudig houten huis. De inrichting is sober en de vloer gammel. Een grote houten tafel vult de kamer en bijna in het midden staat een kleine houtkachel. Als de boerin mijn jerrycan vult met water vertel ik over de tocht die we aan het maken zijn. Ze reageert spontaan. ‘Dios mio’, zegt ze, ‘dat is ver, wat een avontuur!’
Ze reageert zo enthousiast dat meteen maar vraag ik of ze ook een cabaña hebben. Het is eruit voor ik erg in heb en ik schaam me eigenlijk voor deze vraag. Het is een onzinnige vraag. Er staan niet meer dan een paar schamele schuurtjes en het huisje op het erf. Natuurlijk hebben ze geen cabaña voor toeristen. Er komen hier geen toeristen. ‘Of een kamer’, voeg ik er snel aan toe, ‘een bed’.
‘Nee, we hebben geen cabaña’
Zie je wel, denk ik, onzinnige vraag.
‘Maar, we hebben wel een kamertje met twee bedden’, vervolgt ze.
‘En kunnen we ook douchen?’, vraag ik verder.
‘Nee, we hebben geen douche, maar je kunt je wel wassen in de kano.’
‘In de kano?’, vraag ik.
‘Ja, de kano’, zegt ze, ‘Kom, ik zal de kamer laten zien.’
Het kamertje is klein, tegen de muur zijn stukken karton geplakt om de kieren in het hout dicht te maken. Er staan twee bedden in en nog een heleboel zakken, een oud matras en op één bed ligt een groot jachtgeweer.
‘Ik moet het wel even opruimen’, zegt ze.
‘Prima, ik ga mijn vrouw halen’.
Voor het gemak is Jeannette in dit soort situaties altijd mijn vrouw. Scheelt een hoop vragen en uitleg. Ik ben blij met het kamertje. We kunnen ons wassen, in een bed liggen en op een stoel zitten. Dat is veel meer dan waar ik op gehoopt had, maar het iets waar ik, na een zware dag als vandaag, wel heel veel behoefte aan heb.

Snel loop ik terug naar Jeannette. Ze zit op ons kampeerplekje op een boomstam onder een boom. Het waait inmiddels hard en na het mooie weer overdag lijkt het nu snel guur te worden. Ze kijkt vol ongeloof naar me als ik vertel dat we in een bed kunnen slapen vanavond. Daar is ze, net als ik, aan toe.

Terug bij de boerderij laat de boerin ons zien waar de wc en de badkamer is. Vijftig meter van het huis staat een klein hokje. De wc. Een kleine plastic wc-bril is op een houten kist gemonteerd. Drie blokjes hout liggen voor de kist als opstapje. Een ouderwets gat in de grond. Naast de wc staat een ander, iets groter hok, half open, zonder deur. ‘De kano’, zegt de boerin. De ‘kano’ is een grote holle boomstam. Door een gat in de muur stroomt water de kano in en aan de andere stroomt het water er weer uit. Plastics bidons gevuld met melk drijven in het koude water. Aan het plafond hangt een spiegeltje dat ronddraait in de wind. Tegen een paal is een varkensoor gespijkerd. Hier kunnen we ons wassen.

Ik vind het prima. Nee, ik vind het geweldig. En ik vind het onvoorstelbaar. Dit is het Chileense boerenleven. De wind wakkert aan. Ondanks het karton tegen muren tocht het huis aan alle kanten. De boer en zijn zoon komen binnen. De boerin heeft brood gebakken en zelf kaas gemaakt. Dat is hun avondeten. De houtkachel wordt opgestookt en we krijgen warm water voor onze koffie.

We zijn moe. Het was een lange, zware dag, maar ook een bijzondere dag. Op het kleine houten bankje tegenover de houtkachel zitten we aangenaam warm. Voldaan omklem ik de beker met mijn handen en nip voorzichtig aan de hete koffie.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Region 9: Araucania. Bookmark de permalink .

5 reacties op Een bijzondere dag

  1. Chapeau diehards! Dank voor dit geweldige verhaal; boeiend beschreven en inzichtelijk door de foto’s! Ik geniet keer op keer!
    Groet, Wilma

  2. Volg jullie reis met heel veel belangstelling.Zie aan de foto’s dat jullie nu andere wielen onder de kar hebben dan bij het begin van de tocht.Hoe bevallen de laatste wielen.Is de sporing van de wheelie goed of zijn er extra voorzieningen getroffen. Slijten de banden op een aanvaardbare manier en hebben jullie ook reserve banden mee?Zelf heb ik minder goede ervaringen opgedaan,en ik leer graag.
    Hartelijke groet,
    Bram van Loon,
    Heemskerk

  3. Hester zegt:

    Weer een prachtig verhaal. Een dag vol tegenstellingen. Tja, jullie wilden avontuurlijk en dat is het soms blijkbaar meer dan andere keren. Blijf wel genieten van dit alles. In Nederland weet je wat te verwachten. Daar is voor jullie elke dag weer een verrassing!

    Hester

  4. jac en Jopie zegt:

    Hoi Arlen en Jeannette.
    Inspannend of niet, jullie moeten dit soort dagen, ondanks alles toch veel fascinerender vinden, dan alleen maar lopen over gebaande wegen. De contacten die je op één zo een dag hebt met deze mensen, die je helpen en bewonderen zijn toch fantastisch. Ik was graag door jullie uitgenodigd mee te lopen. Dan had ik een sabbatical jaar opgenomen, als mijn baas dat goed gevonden zou hebben. Maar helaas…… 02-01-1935.
    Veel groeten van Jac en Jopie.

  5. Alexander zegt:

    Mooi verhaal over jullie barre tocht en de envoudige, maar zo te lezen zeer welkome overnachtingsplek! Erg leuk om in woord en beeld op de hoogte blijven.

    Succes en veel plezier met het vervolg!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s