Toegang geweigerd

De telefoon in het gele kastje aan het hek rinkelt voor de tweede keer. Ik maak het kastje open en haal de gitzwarte hoorn van de haak. ‘Si?’, zeg ik vragend. ‘Luister’, zegt de man aan de andere kant van de lijn, ‘Ik heb net gesproken met mijn baas. Ik heb hem thuis, op zijn privénummer gebeld en hij geeft jullie geen toestemming om hier te passeren.’

Tien kilometer terug zijn we deze weg ingeslagen. Een officiële groene wegwijzer gaf aan dat dit de weg naar Colbún is. We lopen langs de rand van het stuwmeer van Colbún en staan nu voor een groot hek dat de hele weg blokkeert. De weg loopt gewoon door, maar het hek gaat voor ons niet open. Colbún is hemelsbreed slechts tien kilometer verder, maar als we hier niet door mogen zijn er maar twee mogelijkheden voor ons om verder naar het zuiden te gaan. Naar Talca, naar het westen, en de ruta 5 nemen, of oostelijk om het meer heen lopen. Allebei zeker 60 kilometer om lopen.

We bekijken het hek. Het is zeker twee en een halve meter hoog en loopt helemaal door van de rotsen rechts van de weg naar het meer links. We kunnen hier met geen mogelijkheid om- of overheen. Het hek kán open. Het kan zelfs op afstand opengemaakt worden. Jeannette schudt aan het hek. Maar daarmee gaat het hek niet open. Uit een klein geel kastje links aan het hek klinkt telefoongerinkel. Het is de bewaker en ik vertel hem wat we doen. ‘Ja’, zegt hij, ‘ik zie op mijn monitor dat jullie te voet zijn. Maar dit is een terrein van de waterkrachtcentrale. Dit is geen openbare weg.’

Ik smeek hem om ons door te laten en hij belooft zijn baas te bellen. Maar die wil ons geen toestemming geven. Waarom is mij niet duidelijk. Ik vraag of ik zijn baas kan spreken, maar de bewaker wil het niet. Ik dring aan en uiteindelijk belooft hij nog een keer zijn baas te bellen.

Voor de derde keer gaat de telefoon in het gele kastje. ‘Luister’, zegt de bewaker weer, ‘ik heb mijn baas uitgelegd wat jullie doen en gevraagd of hij met jullie wil spreken. Maar jullie krijgen geen toestemming en hij wil niet met jullie spreken.’
Ik begrijp het niet. Ja, ik snap dat de openbare weg hier ophoudt en ik hoor dat we er niet door mogen, maar ik begrijp niet dat de man die ons toestemming zou kunnen geven, niet met ons wil praten. Dat vind ik laf. Jeannette loopt driftig rond. ‘Maak alsjeblieft niks kapot’, zeg ik tegen haar. Er staan camera’s op ons gericht en ik ben bang dat we nog verder in de problemen komen als er iets kapot gaat. Niet dat hier veel kapot kan. Het hek is van gemaakt van dik en zwaar staal, daar kan ze aan schudden wat ze wil, maar het geeft geen centimeter mee. Jeannette steekt een vinger op naar één van camera’s, we draaien om en lopen terug.

Een kwartiertje verder zie ik een zeilboot in het water liggen. ‘We kunnen vragen of ze ons naar de overkant van het meer willen varen’, zeg ik tegen Jeannette, ‘Dan nemen we daar de weg naar Colbún.’
‘Ik heb even geen zin om iets aan een Chileen te vragen’, zegt ze, ‘we lopen wel.’
Stilzwijgend lopen we door. Een heel stuk terug waren twee campings aan het meer en langzaam begin ik erin te berusten dat we op één van die campings de nacht gaan doorbrengen.

‘Hee, hallo, hallo, willen jullie eten? Spreken jullie Spaans?’
Een meisje van ongeveer 25 jaar met lange blonde haren en een wapperende paarse jurk komt op teenslippers naar ons toegerend. ‘We hebben al gegeten’, antwoord ik haar. ‘Iets drinken dan? Of een klein beetje eten?’, dringt ze aan.
Ik leg haar uit dat we naar Colbún willen en dat we naar de overkant van het meer willen. ‘Oh, misschien heeft papa wel een oplossing’, zegt ze, ‘we hebben wel een jetski, maar daar past jullie bagage denk ik niet op. En die wordt dan helemaal nat’, voegt ze eraan toe.

Op de veranda van het huis zitten twee mannen en twee vrouwen. Ze zijn net bezig met het toetje van de uitgebreide lunch. Wij moeten gaan zitten en krijgen sap, ijs en ananas voorgezet. Ze zijn verrukt als we over onze tocht vertellen. Ze vinden het geweldig. Papa staat op en gaat onze wheelies bekijken. Even later komt hij terug. ‘Geen enkel probleem’, zegt hij, ‘die kunnen gemakkelijk op de zeilboot’.
‘Echt?’, vraag ik, ‘Kunnen jullie ons naar de overkant brengen?’
‘Natuurlijk’, antwoordt de papa, ‘maar eet eerst jullie ijs maar op!’

Niet veel later worden zoonlief en nog twee vrienden opgetrommeld. Met zes man ondersteuning gaan we naar de zeilboot. Via een gammele houten drijvende steiger tillen de mannen de wheelies aan boord. De dochter maakt ondertussen foto’s. De zoon en een vriend gaan op de jetski alvast naar de overkant om te kijken waar we met de zeilboot het beste kunnen aanmeren. Niet veel later lopen we over een gravelweg richting Colbún. Onze stemming is weer volledig omgeslagen. Op naar het zuiden!

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Region 7: Maule. Bookmark de permalink .

2 reacties op Toegang geweigerd

  1. Karl zegt:

    Hoi Arlen en Jeanette,

    Aardige mensen die jullie een lift naar de andere kant van het meer hebben gegeven. Het lijkt wel of de Chilenen prive heel aardig zijn, maar zodra ze in functie zijn, ontzettend inflexibel en vervelend zijn…
    Ik begrijp alleen 1 ding niet in je verhaal. Er waren 2 mannen op de veranda, zoonlief en nog 2 vrienden worden erbij gehaald en plotseling gaan jullie met 6 man ondersteuning naar de zeilboot. Waar is opeens die zesde Chileense man vandaan gekomen? Verder zie ik maar 1 Chileense man op de foto op de veranda. Heeft de andere Chileen misschien dezelfde verdwijntruc als Jan uitgehaald bij onze herfstwandeling afgelopen zaterdag?

    Verder hoop ik niet dat het terrein aan de overkant ook eigendom is van de waterkracht-centrale, want dan zouden jullie later misschien wel weer een hek tegen kunnen komen. En dan zou je het gebied dus niet kunnen verlaten!
    Maar aangezien jullie dit bericht hebben kunnen schrijven, zal dat wel niet het geval zijn geweest. Gelukkig maar!

    Veel plezier in Colbun.

    Groetjes,
    Karl

  2. Anne Martens zegt:

    Hoi Arlen en Jeanette, Wat een heerlijke avonturen beleven jullie. En ja, soms is het beter om langs andere dan de geplande wegen te gaan. De tocht zit vol verrassingen.
    Veel moed en doorzettingsvermogen gewenst en nog vele mooie wandelweken.
    Anne Martens.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s