Nachtelijk bezoek

Ik word wakker van een vreemd geluid. Ik kan niet goed thuisbrengen wat het was. Een auto? Portieren die dichtgegooid worden? Het is half twaalf ’s nachts en ik spits mijn oren. Een lichtbundel schampt onze tent maar ik weet niet of het van ver weg of van dichtbij komt. De lichtbundel staat ineens vol op onze tent en beweegt van links naar rechts en van boven naar beneden. Dan blijft de lichtbundel op het midden van de tent gericht. Een man roept iets. Ik versta het niet en ik weet niet wat hij wil. Adrenaline jaagt door mijn lichaam, mijn hart bonkt in mijn keel. Ik zeg niks. Ook Jeannette is muisstil. We kijken elkaar gespannen aan. Ineens vliegt er een steen door de lucht die met een klap op de tent terecht komt.

Het was vandaag lastig om een kampeerplek te vinden. De hele dag lopen we door bewoond gebied. We lopen langs wijnvelden en boomgaarden en langs de weg is alles afgezet met muurtjes, hekken of prikkeldraad. Aan het eind van de dag beklimmen we de cuesta Chada. Een klimmetje van een paar kilometer met 250 meter hoogteverschil. Hier staan geen huisjes meer en er zijn geen wijnvelden. Hopelijk vinden we hier een mooi kampeerplekje. Maar we vinden geen enkel vlak stukje om de tent op te zetten. Zelfs op het hoogste punt van de cuesta is geen vlak stukje te vinden. We lopen omlaag en komen snel in een klein dorpje. Aan twee vrouwen vraag ik of hier mogelijkheden zijn om te overnachten of om de tent op te zetten. Dat is er niet. Alles is ‘privado’. We lopen door, in de hoop dat we een huisje vinden waar we onze tent mogen opzetten of toch nog afgelegen plekje om te kamperen. We passeren een brug, puente negra, en meteen daarna is een zandweg naar links. Er is een bushalte met daarachter een braakliggend stukje grond. Jeannette wil er wel kamperen, maar ik vind het helemaal geen fijne plek. Overal ligt afval en we staan helemaal open en bloot aan de weg. Ik kijk nog wat rond terwijl Jeannette in het bushokje wacht. Ruim honderd meter verder vind ik een mooi plekje. Een smal paadje leidt naar een muurtje van keien. We kunnen achter wat struiken staan en zijn niet zichtbaar vanaf de weg. Lekker verlaten met uitzicht op de besneeuwde bergen van de Andes. Hier kunnen we rustig staan, denk ik.

Tijdens het koken komt ineens een jongen op een fiets voorbij. Hij wil ons passeren zonder iets te zeggen. Ik groet hem en steek mijn hand op. Hij haalt de oordopjes van zijn mp3-speler uit zijn oren, mompelt wat en fiets weer verder. Als we aan het eten zijn komt een cowboy te paard met vier honden voorbij. Hij stopt en kijkt wat we aan het doen zijn. Hij zegt iets over paarden. Ik begrijp het niet en ga even naar hem toe. Zwaaiend met zijn armen begrijp ik van hem dat er hier veel paarden rondlopen. Dat vind ik niet erg, daar heb ik geen last van. Iets later komt de cowboy nog twee keer voorbij. Misschien is hij op zoek naar zijn paarden? Als het donker is en we onze spullen hebben opgeruimd gaan we de tent in. we zijn moe van de lange wandeldag en rond half tien gaan we slapen.

Als de steen de tent raakt zitten we meteen rechtop in de tent.
‘Hee, wat moet dat!’, roept Jeannette luid.
‘Que esta?’, roep ik er in mijn beste Spaans achteraan.
De man zegt iets wat ik niet begrijp.
‘We zijn aan het slapen’, roep ik terug.
‘Hebben jullie toestemming?’, schreeuwt de man.
‘We hebben de steun van de Chileense overheid’, antwoord ik.
De man roept iets met ‘falta’, wat fout betekent.
‘Ik ga naar buiten’, zeg ik tegen Jeannette. Ik weet niet wat de man wil, of verder van plan is, maar ik wil hem zien, hopelijk kan ik het oplossen en dan kunnen we verder slapen. Snel trek ik een paar kleren aan en zet ik mijn hoofdlampje op. Ik grijp de mobiele telefoon die bij het hoofdeind in de hoek van de tent ligt en geef hem aan Jeannette. ‘Als het mis is moet je meteen Victor bellen’, zeg ik. Dan rits is het slaapgedeelte open, stap de voortent in en trek mijn sandalen aan. Met een bonkend hart trek ik in een ruk de rits van de voortent open en richt mij op. Ik probeer zo groot mogelijk te lijken, in de hoop dat de man een kleine Chileen is die onder de indruk zal zijn van mijn lengte. Ik staar de duisternis in. Mijn kleine hoofdlamp geeft een flauwe lichtbundel, lang niet zo sterk als de lamp die op onze tent gericht was. Snel draai ik mijn hoofd rond om te zien of er links, rechts of achter mij misschien iemand staat. Niemand. Nog een keer, maar nu rustig, speur ik met mijn lampje de omgeving af. Ik zie een schim, maar het is de grote cactus die schuin voor onze tent staat. Een stenen muurtje en een paar donkere struiken is alles wat ik verder zie. ‘Er is niemand meer’, stel ik Jeannette gerust. Ik blijf nog even staan, mijn oren gespitst om elk geluidje op te vangen, maar ik hoor niets en ga de tent weer in.

‘Hij is vertrokken’, zeg ik tegen Jeannette als ik de slaapzak weer in kruip.
We blijven nog een uur praten en proberen te reconstrueren wat er gebeurd is en wat de bedoelingen van de man zijn geweest. Wilde hij gewoon weten of er mensen in de tent waren? Wat gaat hij nu doen? Komt hij misschien terug met een paar vrienden of een geweer? We vinden het geen optie om alles in te gaan pakken en hier te vertrekken. We kunnen nergens naar toe en de kans is groot dat we spullen kwijtraken in het donker. Bovendien is het onwaarschijnlijk dat de man terug zal komen. We proberen weer te gaan slapen. De tentgeluiden die vertrouwd waren, het wapperen van het tentzeil in de wind, wat licht geritsel in de struiken, klinken nu ineens bedreigend. Ik dommel wat in, maar telkens wordt ik met een schok weer wakker. Met gespitste oren luister ik naar het geritsel. Zijn het voetstappen?

Om zeven uur, wat vroeger dan normaal, staan we op. We hebben allebei bijna geen oog dichtgedaan. We zijn opgelucht dat het licht is en we weer kunnen vertrekken. Gelukkig komen we vandaag in Rancagua. Daar blijven we een dag. Twee nachtjes in hotel om bij te komen en de verjaardag van Jeannette te vieren. Sneller dan verwacht hebben we weer even behoefte aan rust.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Region Metropolitana. Bookmark de permalink .

5 reacties op Nachtelijk bezoek

  1. Annet den Boer zegt:

    Hallo Jeannette,
    Nog gefeliciteerd met je verjaardag. Ik volg al jullie verhalen en de foto’s zijn prachtig.
    Boeiend land met kleurrijke bevolking. Hou vol want ik wil het hele “boek” lezen.
    Jullie reisverhaal zou een mooie documentaire op TV kunnen worden!
    Groetjes,
    Annet

  2. Nicoline Veenendaal zegt:

    Hoi Jeannette, nog van harte!
    Wat een spannend verhaal van jullie nachtelijke bezoeker. Laat je maar lekker verwennen in het hotelletje. Ik kijk uit naar het volgende verhaal.
    Groetjes,
    Nicoline

  3. Renske Saathof zegt:

    Jeannette van harte gefeliciteerd met je verjaardag.
    Nu is het 22.00 uur en en ik vond het erg spannend om jullie nachtelijk avontuur te lezen.
    Daar krijg je echt de kriebels van! Ik kan me heel goed voorstellen dat je in zo’n nacht niet meer lekker slaapt.
    Ik blij, dat ik straks lekker in mijn eigen bed kan gaan slapen.
    Jullie fijne rustdagen toegewenst en verder succes met het lopen.

    groetjes Renske

  4. Netty zegt:

    Dag Jeannette,

    van harte gefeliciteerd met je verjaardag. Geniet er van en kom maar lekker weer lekker bij van de schrik.

    groetjes
    Netty

    • Marijke Croonen zegt:

      Jeannette, van harte gefeliciteerd met je verjaardag daar in het verre Chili. Och, och wat een verhalen. Het is net een avonturen film. Ik lees jullie verhalen met spanning iedere keer weer. Een hele fijn verjaar(dag) vandaag.

      Groetjes Marijke
      Sambeek

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s