Aankomen in Santiago

‘Kunnen we hier kamperen?’, vraag ik aan de piepjonge militair achter het hek. Zijn geweer is bijna groter dan hij zelf en zijn zandkleurig uniform lijkt ook een maatje te groot voor hem.
‘Nee, dit is militair terrein’, zegt hij.
Ja, dat vermoeden had ik al, maar we willen ook niet óp het terrein kamperen, maar er net voor. Ik wijs hem de plek aan waar we willen staan. We lopen inmiddels al een paar uur over de vluchtstrook van de snelweg en alles langs de weg is stevig afgezet met prikkeldraad. We mogen hier eigenlijk niet eens lopen. Je mag in Chili niet fietsen, niet wandelen, niet met paard en wagen en niet met een kar voor je lopen. We zijn inmiddels al acht fietsers, iemand te paard en een hardloper tegengekomen, dus we zijn niet de enige die de snelwegregels aan hun laars lappen.

Bij de toegangsweg naar het militaire terrein is een ruime inham en een mooi grasveldje, met boom, waar we best willen kamperen. Veiliger kunnen we niet staan. Maar de jonge militair wil niet toestaan dat we voor zijn hek gaan staan. ‘Twaalf kilometer verder is Colina’, zegt hij, ‘daar zijn hotels’.

We lopen door. Ik vind het niet zo erg om door te lopen. We zullen vast voor Colina wel een kampeerplek vinden en dan wordt morgen gewoon een lekkere korte dag. Bovendien, elke stap die ik zet brengt me dichter bij Santiago. Dat geeft me een bijzonder gevoel. Een gevoel dat ik iets bereik, ergens aankom na een lange reis. Het geeft me een euforisch gevoel. Ik heb het idee dat Columbus zich ook ongeveer zo gevoeld moet hebben toen hij het ‘Land in zicht’ hoorde van zijn bemanningsleden. Niet dat ik mezelf wil vergelijken met Columbus, maar na lange reis met veel onzekerheden, ontberingen en obstakels, bereiken we een bijzondere plaats, de hoofdstad van Chili. En in tegenstelling tot Columbus weten we waar we aankomen, we kennen de stad en we hebben zelfs al een hotel gereserveerd. Aankomen in Santiago is voor ons aankomen in een oase van luxe. Een plek waar we kunnen uitrusten, bijkomen en genieten van lekker eten. Maar aankomen in Santiago roept ook twijfels bij me op. Ik moet er niet aan denken dat Santiago ons einddoel is. Dat de tocht nu bijna afgelopen is. Dat is dit ‘alles’ was. Maar ik moet er ook nog niet aan denken dat we weer uit Santiago vertrekken. Dat we de luxe achter ons laten en beginnen aan het vervolg van onze voettocht waarbij we steeds verder van Santiago weg lopen en langzaam maar zeker in een gebied komen dat steeds verlatener is, waar het weer slechter wordt en waar regen, wind en kou op ons wacht. Aan die gedachte moet ik ook nog wennen. Twijfel spookt ook door mijn hoofd. Ik weet nu, beter dan vier maanden geleden, waar we aan beginnen.

Na een paar kilometer komen we bij een afslag van de snelweg. Alles is afgezet met prikkeldraad, op een klein zanderig stukje grond na dat ligt tussen de oprit van de snelweg, een groot wijnveld en de weg naar het ‘Santiago Satellite Station’. Ik kijk Jeannette aan. Ze vindt het best. Er is geen ander alternatief dan doorlopen naar Colina en daar hebben we allebei geen zin in. We slaan ons kamp hier op. Daar hebben we inmiddels routine in gekregen. We weten wie wat doet en even later staat de tent en is het eten klaar.

Het opruimen en inpakken de volgende ochtend gaat met dezelfde soepele routine. Colina wacht op ons. Het is een langgerekte plaats en in het centrum vraag ik aan een voorbijganger of hij een hostal of hotel weet. Verbaasd kijkt de man mij aan. Hij schudt zijn hoofd. ‘Nee’, zegt hij, dat is hier niet. Maar als we het zeker willen weten dan moeten we het even 200 meter verder bij de carabineros vragen. Daar vraag ik het aan een kordate dame achter een houten bureau voor een deur met daarop ‘detenidos’. Zij geeft hetzelfde antwoord. ‘In het centrum van Santiago zijn hotels’ voegt ze er aan toe. ‘Maar dat is nog ruim dertig kilometer, en we zijn te voet’ zeg ik wanhopig. ‘Er is toch wel iets waar we zouden kunnen overnachten?’
‘Laat maar, we gaan, we lopen verder en kamperen wel!’, Jeannette komt met haar armen geheven het kantoortje binnengelopen. We hebben dit vaker meegemaakt en er lijkt hier weinig hoop op een goede afloop.
‘Ja maar we kúnnen toch niet verder lopen’, zeg ik tegen Jeannette. Niet veel verder begint de bebouwing van Santiago. Het is pas elf uur ’s ochtends en doorlopen tot in Santiago is weer veel te ver.
‘Hier om de hoek zijn wel overnachtingsplekken’, zegt een mannelijke agent ineens tegen ons, ‘maar die zijn niet geschikt voor jullie, veel te gevaarlijk’, voegt hij er aan toe.
‘O, hoezo’, denken wij allebei en we vragen onmiddellijk door om te weten wat voor plekken dat zijn. ‘Mensen die kamers in hun huis verhuren, aan arbeiders bijvoorbeeld. Het zijn geen officiële plekken, ze betalen geen belasting en je krijgt geen bonnetje’, licht de agent toe. Dat zal ons een rotzorg zijn. We willen een bed! ‘Hier om de hoek de straat in’, zegt de agent, ‘ze zijn gemakkelijk te herkennen aan de borden op het huis’.
Opgelucht loop ik met Jeannette de straat in. Huis voor huis speur ik af naar een bordje dat aangeeft dat we er kunnen overnachten. We vinden niets.
‘Zie je nou wel’, zegt Jeannette, ‘dit heeft toch geen zin! Dat zei die agent alleen maar om van ons af te zijn. We moeten spullen kopen om te kamperen en verder lopen’.
Ik heb mijn twijfels, maar ik stem toe. Colina lijkt te groot om de informele slaapplaatsen te vinden.

We mijden de snelweg en proberen binnendoor een weg naar Santiago te vinden. We lopen door San Jose. Een aardig plaatsje met mooie huizen. Alles is afgezet met grote hekken. Door een van de hekken zien we een aardig grasveldje met speeltoestellen. Het lijkt bijna een minicamping. Ik klop aan bij de poort om te vragen of we hier onze tent op kunnen zetten. Maar de man die naar de poort komt weigert. Hij is niet de eigenaar, zegt hij. Hij kan geen toestemming geven. Een eind verderop zien we een groot bord met ‘Te huur’. Achter een grote muur ligt een villa. 140 vierkante meter woonoppervlak en 1500 vierkante meter tuin, staat er op het bord. We denken niet dat we het voor één nacht kunnen huren, dus we lopen door. Nergens zien we overnachtingsmogelijkheden. Rond vier uur bereiken we de industriezone van Santiago. Grote distributiecentra en autobedrijven. Er wordt veel bijgebouwd en er is nog wel wat braakliggend terrein maar we zien het niet zitten om hier onze tent neer te zetten. We willen graag levend Santiago bereiken.

We lopen door, in de hoop dat we aan de rand van Santiago een hotel of hostal zien. Er is zoveel bedrijvigheid hier. Dan verwachten we ook wel een hotelletje. Maar we komen niets tegen. Ook niet als we in de buitenwijken van Santiago komen.
‘We moeten iets doen’, zeg ik tegen Jeannette, ‘we kunnen niet doorlopen tot we een hotel zien en het centrum is nog meer dan tien kilometer’. Het is inmiddels bijna zes uur en we hebben bijna 35 kilometer gelopen. We besluiten de eerstvolgende plek te nemen waar we wat kunnen eten of drinken om daar even uit te rusten. Ruim twee kilometer verder en een half uur later zitten we bij de meest ongezellige Chinees die we ooit gezien hebben. Een lege ruimte met een paar eenvoudige tafeltjes en de ober zit achter tralies. Als je hier Chinees gaat halen krijg je het door de tralies aangereikt. We vragen naar een hotel, maar het enige dat we krijgen is een menukaart en ‘no, no’. We eten en we zoeken op internet naar een hotel in de buitenwijken van Santiago. Ook op internet kunnen we niets vinden. Er zit niets anders op. We lopen door naar het centrum.

Via de straat Independencia lopen we naar het centrum. Het wordt snel donker. Er zijn bijna geen winkels meer open. Overal stevige gesloten metalen rolluiken. De enkele plek die nog open is, is voorzien van zware tralies. Je kunt je bestelling doorgeven, betalen en dan krijg je je koopwaar door de tralies aangereikt. Het wordt rustig op straat, terwijl het nog vroeg is, maar dat heeft waarschijnlijk te maken met de voetbalwedstrijd Chili – Peru, voor de kwalificatie wereldkampioenschappen, die nu gespeeld wordt.

‘Arlen, mijn wiel loopt vast!’. Het kruiwagenwiel dat ik in Ovalle, bijna drie weken en 500 kilometer geleden, aan de wheelie van Jeannette heb gemonteerd wil niet meer ronddraaien. Ik haal een paar grote metalen bramen weg bij de as. Het ziet er niet goed uit. Ik haal het wiel los en monteer het weer. Als ik de moeren strak aandraai, draait het wiel niet meer. We proberen het weer, maar nog geen honderd meter verder loopt het wiel bijna van de as af. De moer is losgedraaid en verdwenen. In het donker, met een hoofdlampje op, repareer ik wat er te repareren valt. Ik gebruik een moer van mijn eigen wheelie en zet alles weer vast. De kogellager van het kruiwagenwiel lijkt bijna volledig versleten. Het wiel draait, piept knarst. Ik zoek de kortste weg naar ons hotel, waar we morgen pas zouden aankomen. Om tien uur ploffen we neer op een comfortabel bed.

Na een warme douche is de ergste pijn uit onze benen verdwenen. We kunnen nu nog niet gaan slapen. We zijn in Santiago. Na 45 kilometer lopen op één dag, na 2532 kilometer lopen in bijna vier maanden hebben we Santiago bereikt. Zijn we weer terug bij het ‘0-kilometerpunt’ van Chili. Dan willen we niet gaan slapen, dat moeten we vieren. Vlak bij het hotel vinden we een aangename kroeg met heel lekker bier. We drinken een La Trappe dubbel op het bereiken van deze mijlpaal.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Region Metropolitana. Bookmark de permalink .

12 reacties op Aankomen in Santiago

  1. Renske Saathof zegt:

    Deze mijlpaal is bereikt in een derde van een jaar.
    Jullie streven toch naar 30km per dag en dat halen jullie zeer regelmatig, hè?
    Ik wens jullie een goede verdere reis.
    Koos

  2. Consumentenzaken zegt:

    Lieve Jeannette, alvast voor morgen (woensdag) willen wij jou van harte feliciteren met je verjaardag en dat jullie er maar veel biertjes op mogen nuttigen na jullie aankomst in Santiago!
    Delftse groetjes van Imola, Charlotte, Marc, Alexander, Hieke, Sylvia en Marylou.

  3. wim zegt:

    Hoi Arlen en Jeannette,

    Super. Wat een tocht tot nu toe. Ik lees de verhalen altijd met veel plezier. Ik hoop dat jullie hebben genoten in Santiago en weer met volle energie verder gaan

    Groeten, Wim en Rieky

  4. Van harte gefeliciteerd met het bereiken van deze zoveelste mijlpaal. Wat moet dat een geweldig gevoel opleveren nadat jullie zoveel ontberingen hebben doorstaan.
    Ik ben het volledig met de vorige schrijvers eens dat jullie nu, net zolang dat het nodig is, moeten genieten van je rust en het weer opladen voor het volgende trajekt, niet in de laatste plaats dat jullie materieel weer tip-top in orde is.
    Ik volg jullie op de voet..!

  5. Netty zegt:

    Hoi Jeanette en Arlen,

    ruim 2500 km gelopen, gesjouwd, bijzondere verhalen! Geniet even van wat rust in Santiago, want ik begrijp dat het daarna alleen maar leger en mogelijk weer kouder en natter wordt. Maar vast ook wel met zijn eigen schitterende natuur. Ik lees al jullie verhalen en vind het altijd weer leuk om een e-mail bericht van jullie aan te treffen. Ik kijk er naar uit. Zo krijgen we ook een stuk mee van het leven daar.

    groetjes uit Delft. Netty

  6. Hennie van den Broek zegt:

    Hee Arlen en Jeannette,
    Proficiat met het bereiken van Santiago. Heel veel plezier saampjes. Rust nu maar ff lekker uit en geniet van een lekker biertje. Straks weer lekker verder met jullie tocht. Hopelijk blijft het zo goed gaan. Tot nu toe hebben je het al super knap gedaan!!
    Groetjes Hennie.

  7. edwin huysing zegt:

    van harte. het was me een beetje ontgaan. wat een prestatie al!
    Edwin Huysing
    Voorzitter Nederlandse Vereniging in Chili

  8. Reggy zegt:

    Arlen en Jeannette,
    gefeliciteerd!!!! met het bereiken van Santiago,
    nu ff lekker relaxen en genieten van een la trappe op zijn tijd
    Groet Jan en Reggy

  9. Pauline zegt:

    Hoi Jeannette en Arlen,
    Gefeliciteerd met het bereiken van deze mijlpaal! Ik heb bewondering voor jullie doorzettingsvermogen. Ik volg jullie verhalen op de voet…. Geniet nu even van alle luxe en rust goed uit. Succes met het vervolg van jullie wandeltocht. Groetjes Pauline

  10. Marcel zegt:

    Gefeliciteerd, goed gedaan! Nu nog even een nieuw wiel voor de kar van Jeannette, maar dat moet in een grote stad als Santiago wel lukken.
    Marcel

  11. Jose Bongarts zegt:

    Ha Arlen en Jeanette,

    Wat fijn dat jullie Santiago bereikt hebben! Eventjes genieten van luxe en rust. Ik denk dat de La Trappe bijzonder goed gesmaakt heeft. Succes met de geestelijke voorbereiding van t vervolg van de reis. Groetjes uit Sambeek, Willem en Jose

  12. Alexander zegt:

    Proficiat met het bereiken van deze mijlpaal!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s