Kunnen we hier ergens overnachten?

Gisteren zijn we in San Felipe aangekomen, waar we vandaag, na 8 dagen lopen sinds onze vorige rustdag in Illapel, een dagje blijven.
We verblijven in ‘Residencial Aldo’, waar we een grote kamer hebben zonder een raampje naar buiten. Maar we kunnen gebruik maken van hun terras, dus we zitten hier goed.
Het was niet moeilijk om deze plek te vinden. Er hing gewoon een bordje boven de deur met hierop ‘Residencial Aldo’. In de wat grotere plaatsen, met meer dan een paar duizend inwoners, zijn de overnachtingsplekken ‘zichtbaar’, d.w.z. er hangt een uithangbord buiten met daarop ‘residencial’, ‘hostal’, ‘hotel’, ‘alojamento’ of ‘cabana’ erop wat aangeeft dat je er kunt overnachten. Vele namen die hetzelfde aangeven.

Maar, als we in een klein plaatsje komen, dan is het allemaal erg onduidelijk of er ergens een overnachtingsplek is zoals bijvoorbeeld in het plaatsje Bartolillo waar we dinsdag 4 oktober om ongeveer drie uur aankwamen. Zoals gebruikelijk, geen uithangborden hier.
Als we een paar mensen langs de kant van de weg zien staan vragen we ‘kunnen we hier ergens overnachten?’. De ene persoon zegt dat er niets is, maar de andere zegt ‘een paar honderd meter terug woont seniora Sonja, zij doet ‘het’, zij heeft overnachtingsplekken’.
We gaan naar deze seniora Sonja toe en kloppen bij haar aan. Een man en een vrouw, waarvan we vermoeden dat zij seniora Sonja is, komen naar ons toe. ‘Goedendag, zouden we hier kunnen overnachten?’, vragen we in ons beste Spaans. Nog voordat de man iets kan zeggen, zegt seniora Sonja ‘No’. De man kijkt haar met vragende blik aan. Wij begrijpen het niet. Het lijkt alsof ze wel plek heeft, maar dat wij niet welkom zijn. We vragen toch nog een keer ‘weet u zeker dat u geen plek voor ons heeft’. Het antwoord is een duidelijk ‘no’.

We voelen ons afgewezen, balen hier ongelofelijk van en lopen door. Na een paar honderd meter komen we bij een winkeltje en twijfelen. Zullen we hier vragen of ze een overnachtingsplek weten of lopen we gewoon een paar kilometer door en gaan we kamperen. We besluiten om het toch maar vragen aan de vrouw van het winkeltje. Ja, zij weet een plek, namelijk seniora Sonja! We zeggen tegen haar ‘Seniora Sonja heeft vandaag geen zin, we zijn niet welkom bij haar’. Zij moet hier om lachen. Het lijkt alsof zij weet dat seniora Sonja soms zo haar kuren heeft. Ze denkt even na en zegt dat ze nog wel iemand kent waar we misschien kunnen overnachten en belt deze persoon op. We kunnen er terecht. Ze wijst ons waar het huisje staat, zo’n 200 meter verderop.

Als we bij het huisje aankomen wacht een oude vrouw ons op. Ze lijkt de 80 ruim gepasseerd te zijn. We vragen of we bij haar kunnen overnachten. Ze twijfelt ‘vinden jullie het wel goed genoeg wat ik te bieden heb? De kamer is erg klein en ik moet hem nog even schoonmaken’. Als we de kamer zien begrijpen we wat ze bedoelt. Het is inderdaad een erg sobere kamer die niet schoon is. Toch zijn we blij dat we hier kunnen blijven. Er staat een tweepersoons bed in en het raam geeft uitzicht op de bergen. Ze vraagt wat we willen betalen, want ze weet niet goed wat ze kan vragen omdat ze niet zo vaak deze kamer verhuurt. We zeggen dat we 10.000 pesos (ongeveer 15 Euro) willen betalen als er een ontbijt bij zit. Ze is blij met ons voorstel.
Buiten heeft ze een tafel en een paar stoelen staan, waar we even gaan uitrusten terwijl zij de kamer schoonmaakt.

Een uurtje later vraagt ze of we trek hebben in een ‘tecito’, een ‘theetje’. Chilenen gebruiken heel vaak verkleinwoorden, terwijl dit niets over de grootte zegt. Het zou me niet verbazen als de marketingpersoon van Heineken hier in Chili op de leuze ‘biertje’ is gekomen. Heineken is ‘het Nederlandse’ bier in Chili en overal waar bier te koop is, is Heineken te koop. Overal waar lege bierflesjes langs de kant van de weg liggen, liggen ook bierflesjes van Heineken. Zelf houden we het bij het Chileense bier ‘Cristal’ en soms bij ‘Kunstmann’. Dit duits klinkend bier is Chileens bier.

We zeggen tegen de vrouw dat we wel trek hebben in een ‘tecito’. Een paar minuten later ruiken we de lucht van gebakken eieren en ze vraagt ons naar binnen te komen voor de ‘tecito’. Behalve twee koppen thee staan er ook nog gebakken eieren voor ons klaar, een bordje met avocadopuree en een paar broodjes. De vrouw legt uit dat een ‘tecito’ eigenlijk gewoon een broodmaaltijd is die rond vijf, zes uur gegeten wordt, waarbij ook thee gedronken wordt.
Aangezien we wel trek hebben en het er erg lekker uitziet, eten we alles op.
Als we de volgende ochtend willen vertrekken komt ze met een rek eieren naar ons toe.
‘Het zijn de eieren van mijn eigen kippen. Willen jullie die meenemen voor jullie reis onderweg?’. Het zijn ongekookte eieren, dus ook al zijn we blij met het aanbod, we zeggen dat we ze onmogelijk kunnen meenemen en vervolgen onze tocht en zien wel waar we de komende tijd zullen overnachten.

Het blijkt heel vaak dat de kleinere plaatsen wel iets van overnachtingsplekken hebben. Echter, deze zijn bijna nooit aangegeven met een uithangbord en regelmatig zijn ze al vol. Er zitten dan geen toeristen in, maar Chileense arbeiders. Dit kunnen mijnwerkers zijn, wegwerkers of ‘ander soort werkers’. Chileense arbeiders werken vaak in het hele land en zijn dan langere tijd van huis. Ze overnachten dan in sobere overnachtigsplekken die geregeld worden door hun werkgevers. Soms kunnen ze er ook hun avondeten krijgen, soms moeten ze hiervoor naar een apart restaurantje. Als ze daar dan eten, moeten ze in een schrift hun naam en de naam van het bedrijf noteren waarvoor ze werken. Het bedrijf betaalt dan het avondeten voor ze. Deze arbeiders zijn ook vaak te herkennen omdat ze een fleece dragen met de naam van het bedrijf daarop.

Wij overnachten en eten ook regelmatig op dit soort plekken. Soms wordt ons gevraagd of we voor ‘Soellaart’ werken, omdat dit op onze fleece staat. Maar ‘Soellaart’ is een van onze sponsoren en voorlopig zullen we niet met ons werk bezighouden, maar ‘gewoon’ doorlopen. Nog ruim 4000 km te gaan.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Region 5: Valparaiso. Bookmark de permalink .

3 reacties op Kunnen we hier ergens overnachten?

  1. Theo en Francine Deliën zegt:

    Hoi Jeanette en Arlen

    We genieten iedere keer van jullie mooie verhalen. Wat een doorzetters zijn jullie, geweldig!!!!
    Heel veel groetjes van ons tweetjes uit Tilburg en nog veel succes gewenst met deze fantastische trip.

  2. Annet zegt:

    Hallo Jeannette en Arlen,

    Vorige week is de NENsens uitgekomen, waarin jullie verhaal ‘De L’ staat (weet je nog, helemaal aan het begin van de reis?). Dat leverde wel wat reacties van de collega’s op. Ze zijn vooral onder de indruk van de lengte van jullie reis. Ik ben benieuwd of dit nog nieuwe lezers oplevert, of nog nieuwe bomen!
    Wil je nog wat NEN nieuws weten? We hebben een ‘insperience day’ gehad, waarbij we in groepen aan echte vraagstukken van NEN-relaties hebben gewerkt. Onze Jan Wesseldijk gaat volgend jaar met pensioen, maar we blijven met hem te maken krijgen want hij is in het bestuur van ISO gekozen. We zijn nu over op Outlook. De migratie ging (voor NEN-begrippen) heel goed, alleen het e-mail archief duurde erg lang. Ach, je schreef al: “voorlopig zullen we ons niet met ons werk bezighouden”. Blijf maar lekker lopen.

    Annet

  3. marcel zegt:

    Hoi Jeannette en Arlen,
    Berichtje (ook al een verkleinwoordje) uit Nederland. Zo te horen gaat het goed met jullie en hebben jullie er nog zin in, mooi zo. Maar ja, ook al bijna op de helft!
    Groet en veel succes,
    Marcel

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s