Werken aan de kust

We hebben moeite om Huasco te verlaten. Dat ligt niet aan Huasco, hoewel het plaatsje wel uitnodigt om langer te blijven. Maar wij blijven nooit lang, we moeten verder, we willen verder. Na een dag niet lopen begint het weer te kriebelen en hebben we weer zin om te vertrekken. De was is gedaan, onze etensvoorraad is aangevuld en uitgerust en fris gaan we weer op pad.

Ik kan de juiste weg Huasco uit niet vinden. We dwalen door een kleine buitenwijk van Huasco, die heeft maar één toegangsweg en we moeten terug. Ik begrijp het niet goed en ik verontschuldig me aan Jeannette. Ik heb gisteren de route om Huasco uit te komen nog via Google Earth uitgezet en op mijn GPS gezet, maar de weg die ik zag, zie ik nu niet. We gaan terug en nemen de hoofdweg naar de elektriciteitscentrale. Een kilometer verder zie ik waar ik de mist ingegaan ben. Er loopt een spoorlijntje naar de elektriciteitscentrale en ik dacht dat het een weg was. Een stukje verder kunnen we de spoorlijn kruisen en komen we op een brede steile weg die door vrachtwagens van een mijn gebruikt wordt. Elke paar minuten passeert een grote zandauto. Gelukkig slaan de vrachtwagens een paar honderd meter verder linksaf en gaan wij rechtsaf. De weg blijft nog een kilometer goed, dan houdt weg op en moeten wij verder over een soort karrenspoor. Dit pad loopt dwars door een gebied met zandduinen, en het zand ligt overal. Wij sleuren onze wheelies omhoog door los zand en hobbelen dan weer langzaam omlaag door los zand. We lopen achter elkaar, ik voorop en Jeannette probeert zo goed mogelijk mijn spoor te volgen. Maar op sommige stukken is het zulk los zand dat het geen enkel nut heeft om mijn spoor te volgen. Na een paar kilometer laten we de ergste stukken achter ons en krijgen we weer wat vastere grond onder de voeten en, wat belangrijker is, onder de wheeliewielen.

Even zijn we opgelucht. De zandduinen hebben we achter ons gelaten, maar wat we ervoor in de plaats krijgen is niet veel beter. De kust is erg rotsachtig en ons pad ligt bezaaid met grote stenen en keien. De wheelie schudt op en neer en het kost me grote moeite om de wheelie overeind te houden. Voortdurend moet ik duwen en trekken aan de dissels. Gaat mijn linkerwiel over een kei, dan kantelt de wheelie naar rechts en probeer ik mijn wheelie recht te houden door de linkerdissel omlaag te duwen en de rechter omhoog te trekken. Ik krijg er pijn van in mijn vingers. Het is hard werken en na bijna zes uur lopen hebben we 21 kilometer afgelegd. Dan bereiken we een bredere weg. Het is nog altijd een zandweg en er zitten nog wel wat oneffenheden in, maar in vergelijking met wat we gehad hebben lijkt het wel alsof we over asfalt lopen. We kunnen weer een beetje ontspannen.

Bijna anderhalf uur later lopen we Los Bronces in. Een kleine, uitgestrekte ‘caleta’, een dorpje. De huisjes staan ver uit elkaar en veel huisjes zien er volledig verlaten uit. Bij één huisje staat een jeep met lopende motor. De deuren staan open en radio van de auto staat op vol volume aan. Een grote herdershond komt blaffend op ons af als we naderbij komen. Jeannette grijpt in het tasje dat aan haar heupband hangt. Daarin zit een spuitbusje pepperspray. Dat houdt zelfs de meest wilde honden wel tegen. Maar voor ze het spuitbusje te pakken heeft wordt de hond luid teruggeroepen. Een breedgeschouderde man komt het huisje uit. Hij steekt zijn hand op en zet de autoradio uit. Nieuwsgierig vraagt hij waar we vandaan komen en wat we doen. We zijn welkom in Los Bronces, zegt hij. Dat hebben we wel eens anders meegemaakt. Tegen beter weten in vraag ik of er misschien een cabana of huisje voor ons vrij is. Dat is er niet in Los Bronces. Maar we kunnen onze tent opzetten bij zijn huis. Hij heet Pedro.

Als onze tent staat komt Pedro langs, we moeten echt even thee komen drinken en we kunnen bij hem in huis koken. Binnen in het gammele huisje is het opvallend ruim. Zijn vrouw is in de weer met een tweeling van nog geen jaar oud en een ventje van 2 jaar is in een hoekje aan het spelen met plastic speelgoeddieren. Bij de ingang is een betonnen wasbak, onder de afvoer staat een grote emmer, tot de rand toe vol met afwaswater en etensresten. In de hoek staat een TV, ervoor staat een oude stoel uit een auto, daarnaast is de keuken. Een klein gascomfort tegen een muurtje dat beplakt is met de pagina’s uit een oud glossy tijdschrift voor vrouwen. Midden in de kamer staat een scheve houten tafel met twee houten bankjes aan weerskanten. Over de tafel hangt een oude plastic verkiezingsposter. President Piñera doet hier dienst als tafelkleed. Pedro zet de tafel vol voor ons. Mokken thee, brood, boter, jam, vlees. Hij loopt even naar het kippenhok en komt terug met eieren die hij voor ons wil gaan bakken. Wij willen zo gaan koken en slaan de eieren beleefd af, maar we moeten het brood proeven. Dat bakt hij zelf, om de andere dag. Er zitten kleine stukjes gedroogd vlees in en dat geeft het brood een beetje zoute, maar hele lekkere smaak.

Pedro is tevreden hier, vertelt hij. Vroeger woonde hij in Temuco, ongeveer 1000 kilometer naar het zuiden. Daar was het druk, hier is het lekker rustig. Hij heeft alles wat hij nodig heeft, een TV, schotelantenne, koelkast en een jeep. Achter het huis staat een kleine generator voor elektriciteit. Samen met een paar andere mannen uit het dorp verzamelt Pedro zeewier. Het groeit op de rotsen in de zee en bij eb breken ze het van de rotsen af. Het zijn hele struiken zeewier die zo geplukt worden. Het zeewier wordt gedroogd en verkocht. Een vrachtauto komt het zeewier regelmatig ophalen. Langs de hele kust van Chili verzamelen mensen zeewier. Ze verkopen het aan China. In het zeewier zitten grondstoffen voor de cosmetica en voedingsmiddelenindustrie. Het is zwaar werk, maar dat vindt Pedro niet erg. Zo te zien aan zijn postuur kan hij het ook wel aan.

Als we gegeten hebben en weer naar onze tent willen gaan houdt Pedro ons tegen. We krijgen een zelfgebakken brood van hem. Dat is gezond, zegt hij, en we hebben het nodig als we zoveel lopen. En morgenochtend, als we opstaan en thee willen drinken, dan moeten we maar maar even op de deur kloppen, dan krijgen we heet water van zijn vrouw.

De volgende dag komt Pedro al vroeg bij ons langs om gedag te zeggen. Het is eb, en hij gaat met twee andere mannen aan het werk. Het zeewier wacht. Wij gaan ook weer aan het werk. De paden wachten op ons. En het zijn weer zware paden vandaag. Veel stukken met los zand of grote keien. Maar met het brood van Pedro als ontbijt, lijkt het wel alsof de wheelie net iets minder zwaar is dan gisteren.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Region 3: Atacama. Bookmark de permalink .

2 reacties op Werken aan de kust

  1. Renee van Limborgh zegt:

    Beste mensen,

    Na zelf een tijdje afwezig te zijn geweest wegens loop- en andere activiteiten in Tjechie en Griekenland, ben ik weer thuis om jullie verhaal te volgen. Wat maken jullie weer een hoop mee! Bovenstaand verhaal ontroerde me zeer want wat maakt het weer duidelijk dat het leven niet om de knikkers maar om het spel draait…
    Ik moet – gezien de data – de tijd gaan inhalen maar doe dat met veel plezier! Mijn commentaar komt echter laat, nou ja beter dan helemaal niet…

    Walk on, groetjes uit Breda, Renée.

  2. Jac en Jopie Hoebergen zegt:

    Hoi Jeannette en Arlen,
    Jullie laten ons weer genieten van een mooi verhaal. Er is niets mooier dan contact te kunnen hebben met de gewone mensen, en dat zijn vaak de bijzondere. Hun verhalen geven het werkelijke Chileense leven weer. Bijzonder is het waarmee die mensen heel tevreden kunnen zijn.
    Geniet er met volle teugen van.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s