Gatico, luxe in de woestijn

De zon breekt door. Niet een beetje, zo voorzichtig tussen de wolken, maar echt goed. De wolken zijn vrijwel volledig verdwenen en we hebben een strak blauwe lucht boven ons. Voor het eerst sinds we Iquique elf dagen geleden hebben verlaten voelen we de zon weer echt. Ik vrolijk er van op en ook Jeannette krijgt een beter humeur. De bergen zijn kleurrijker en zelfs de bruingroene rotsen langs de kust zien er fraaier uit. Het is helder op zee we kunnen een stuk verder weg kijken. Sinds lange tijd zien we de horizon weer.

In de verte zie ik een groot gebouw. Daar moet Gatico liggen, een klein plaatsje en een tussenstop voor vandaag. Als we iets dichterbij komen worden de contouren duidelijker. ‘Het lijkt wel een hotel’, zeg ik tegen Jeannette. Het gebouw heeft drie verdiepingen met veel ramen op elke verdieping. Het past helemaal niet in deze omgeving. De dorpjes waar we langs komen hebben zelden huizen met twee verdiepingen of meer. De huizen zijn van hout gemaakt, meestal afvalhout, en ze hebben golfplaten daken. Het zijn kleine huisjes waar vaak een soort schuurtje tegen aan is gebouwd. Maar de schuurtjes maken ook gewoon deel uit van het huisje. Hier wonen, koken, leven en slapen de mensen in. Een wc is er vaak niet, stromend water of elektriciteit evenmin.

‘Als het een hotel is, dan is het een luxe hotel’, zegt Jeannette. Zo ziet het er wel uit. ‘Maar als het een luxe hotel is, dan is het vast dicht’, vult ze aan. Ik kan me ook niet voorstellen dat er hier ineens een luxe hotel aan de kust staat. De laatste keer dat we in een luxe hotel waren was in Iquique. Bij hotel Terrado suites aan de baai van Iquique hebben we van een heerlijke lunch genoten. Het was ook het laatste lekkere wijntje dat ik gedronken heb. De zon scheen toen ook zo lekker. Ik zou best 100 euro willen betalen voor een luxe hotelkamer en weer een keer lekker willen eten met een wijntje erbij op een terras met uitzicht over de zee. Misschien zou ik zelfs een duik nemen in het zwembad. Maar ik geloof niet dat dat in Gatico kan.

Als we dichterbij komen nemen mijn twijfels alleen maar toe. Ik zie geen vlaggen wapperen en op het dak staat geen bord met ‘hotel’. Het lijkt ook alsof er nergens voor de ramen gordijnen hangen. ‘Het is vergane glorie’, zeg ik tegen Jeannette. ‘Dit is oud, van vroeger, maar inmiddels helemaal vervallen’. Net voor het grote hotel is een kleine posada. Een restaurantje, aan de weg, met uitzicht over de zee en het hotel. Alleen dit restaurantje al is een grote meevaller voor ons. Hier kunnen we even rustig op een stoel aan een tafeltje zitten. We gaan naar binnen voor een ‘sandwich’ en een koffie. Er is niemand in het restaurant. Er staan vijf kleine tafeltjes en twee grote fauteuils voor een TV. Over de tafels liggen plastic kleedjes en plastic placemats. Op elk tafeltje staat een olie en zout stel en een pot suiker. Er hangt één TL-balk aan het plafond.

We hebben twintig kilometer gelopen vandaag en we waren van plan om nog ongeveer zes kilometer verder te lopen, tot Caleta Cobija. Maar hier is een restaurant en, zo te zien aan de TL-balk en de TV, hebben ze elektriciteit. Dat betekent dat het niet om half zeven donker is. Ik vraag aan de vrouw van het restaurant of we hier misschien kunnen overnachten, of ze misschien een kamer heeft waar we kunnen slapen. Ze kijkt verbaasd en zegt dat ze niks heeft. ‘We zij te voet, heeft u helemaal niets?’, dring ik een beetje aan. Misschien, maar ze moet wel met haar man overleggen. Wat aarzelend komt ze weer terug. Ze hebben wel een kamer, maar die moeten ze eerst leegruimen. We kunnen er slapen vannacht, voor 15.000 pesos (ongeveer 22 euro), dan kunnen we ook gebruik maken van de wc en de douche. Het klinkt ons als muziek in de oren. We hebben vanavond niet alleen licht, maar zelfs water! Dat is luxe in de woestijn. In de tijd dat de vrouw en haar man de kamer gereedmaken, installeren Jeannette en ik ons op het terrasje voor het restaurant, in het zonnetje, met uitzicht op de zee.

De kamer die ze voor ons klaar hebben gemaakt is twee bij drie meter. Hij grenst aan het restaurant, precies daar waar de TV staat. Het enige dat de kamer van de TV scheidt is een hardboard wandje, met hier en daar een gaatje. De vloer is gewoon aarde en het plafond golfplaat. Door gaatjes in het golfplaten dak komen kleine felle straaltjes zonlicht naar binnen. In onze kamer staat een klein tweepersoonsbed. Verder niets. Het bed is van het echtpaar dat deze posada runt. Zij slapen vannacht op een dun schuimrubber matrasje op de grond, in de enige andere kamer van dit huisje.

Als ik wil gaan douchen komt de vrouw op me af. Ik moet even wachten, want ze moet eerst water halen. Er is wel een douche, compleet met douchegordijn en douchekop, maar uit de douchekop komt geen water. Ik krijg een emmer koud water om me te wassen. Ook lekker, zeker omdat ik me al twee dagen niet heb kunnen wassen.

Terwijl we de zon langzaam in de zee zien zakken komt de vrouw even bij ons zitten op het terras. Of we wat willen weten van de geschiedenis van deze plek? Ze heeft vanmiddag nog in een kelder van een van de ruïnes hier papieren gevonden, uit 1800. Gatico kent een lange geschiedenis, zeker voor Chileense begrippen. Ze laat ons een foto zien. Gatico in 1914. Het was toen een bloeiende plaats met een haven. Er was veel industrie, mijnbouw, en er werd salpeter (nitraat) gewonnen dat over de hele wereld als kunstmest werd gebruikt. Gatico heeft eigenlijk een soortgelijke geschiedenis als Humberstone (zie verhaal ‘Zwerfkatten’). Begin twintigste eeuw woonden hier ongeveer 3000 mensen. Nu nog maar twee, zij en haar man. In de zomer komen hier nog toeristen kijken naar naar de ruïnes, maar in de winter is het erg rustig. Het hotel, het enige gebouw dat nog een beetje overeind staat, is door Duitsers gebouwd, vertelt ze. Het was vroeger inderdaad een luxe hotel.

Om negen uur gaan wij van het restaurant naar onze kamer. We zijn moe, ondanks de korte wandeldag. Op de kleine binnenplaats ratelt de generator. De uitlaatgassen komen grotendeels in onze kamer terecht. De vrouw en haar man verplaatsen zich van de keuken naar het restaurant. We hadden het geluid van de TV uitgezet, maar de TV galmt nu luid onze kamer in. Door de kieren in het hardboard komen streepjes licht naar binnen. Om elf uur valt de generator stil. De TV verstomt en de streepjes licht maken plaats inktzwarte duisternis. Ik val in een diepe slaap en droom van een luxe hotel, een zwembad en lekker eten. Ik draag een pak en een hoed. Ben ik een Duitser in Gatico in 1914? Zwetend word ik wakker, was het een nachtmerrie?

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Region 2: Antofagasta. Bookmark de permalink .

3 reacties op Gatico, luxe in de woestijn

  1. kieke okma zegt:

    Beste Jeanette en Arlen: totnutoe voert jullie reis precies langs alle plaatsen waar wij vorige maand ook hebben gereisd, weliswaar niet te voet maar per bus en huurauto (maar wel met tentje). In Putre, aan t begin van jullie tocht, zaten we in hetzelfde hotel vanwaar jullie begonnen. Het is leuk te lezen over de plaatsten waar wij ook net waren, van Arica aan de kust naar Putre, door de Atacamawoestijn naar Colchane, vandaar naar Iquique en Humberstone en vervolgens naar San Pedro, Antofogasto en langs de droge kust met hier en daar wat vervallen gehuchtjes (waar jullie nu ergens wandelen) richting La Serena. Onze busreis voerde ook langs heel grote mijnbouwgebieden. Omdat vrijwel alles oppervlake-mijnen zijn, ziet het landschap er dikwijls uit als een leeggeschepte maanvlakte, met grote bergen mijnafval die het water flink vervuilen. Een akelige gedachte: omdat wij lichtgewicht batterijtjes en andere spullen willen, dragen we bij aan de grootschalige vervuiling aan t andere eind van de wereld. Aan het eind van onze tocht zijn we blijven steken op de hoge pas (meer dan 4000 meter) tussen Santiago en Mendoza in Argentine vanwege een sneeuwstorm waardoor we onze vlucht naar New York misten. Maar wel die schitterende weg gezien: aan de Chileense kant de beroemde haarspeldbochten, aan de Argentijnse kant een adembenemende tocht door ravijnen en brede valleien met als eindpunt het wijnparadijs Mendoza met gigantische wijnbedrijven van honderden hectaren grond niks geen kleine gezellige familiebedrijfjes.

    Ik hoop dat jullie ook veel van die schitterende Andesbergen en gletsjers te zien krijgen.
    goede reis verder!

    Kieke Okma (New York) en Joan Moens (Amsterdam)

  2. Guus van de Burgt zegt:

    Hoi Jeanette en Arlen,
    Ik geniet van jullie verhalen, vooral bovenstaande is erg leuk geschreven. Ik hoop dat jullie ook nog van de tocht genieten. Het begin was zwaar en de afwisseling misschien wat beperkt, maar de zon lijkt door te breken.
    Leuk dat ze een filmpje hebben gemaakt van regio 1. Ik miste jullie wheelies, maar op het einde kwamen ook die in beeld en was duidelijk dat jullie niet zo maar wandelaars zijn, maar echte bikkels met een missie.
    Veel plezier,
    Guus van de Burgt

  3. Koos Saathof zegt:

    Een mooie ruige kust heb je daar.
    Ik keek op google earth naar Gatico en …
    En ik vond het: ook het hotel is goed te zien evenals de fotolocatie van jullie en het restaurantje is minder duidelijk, maar ik meen het wel te herkennen aan de overkant van de weg.
    Circa tien km verder langs de kustweg nr1 zie ik weer een ruine met op een in zee uitstekende langtong weer een restaurantje (Casa Cobija?) met een fourwheel ervoor! En langs de weg een bijzondere begraafplaats. Ben benieuwd of jullie het ook gaan zien.
    groet,
    Koos

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s