Je beste vriend

Vlak voor Caquena zien we het minibusje staan dat ons begeleidt. Alvaro en Marko, onze gidsen die ook de hele tijd met ons meelopen willen alweer verder lopen.
‘Waar gaan jullie naar toe?’, vraag ik.
‘We moeten nog een stukje doorlopen’, antwoordt Alvaro, ‘dan gaan we kamperen.’
We zitten op 4450 meter hoogte, het is zondag 19 juni, kwart over drie ’s middags, we zitten op een steenworp van Caquena en Alvaro wil doorlopen. Dan lopen we hooguit één uur door, want rond vier uur moeten we de tent op gaan zetten om nog voor het donker wordt te kunnen koken. Ik loop liever morgen één uur langer door, want dan komen we in Parinacota en daar is een hostal, dan hoeven we geen tent op te zetten. Jeannette is het roerend met me eens.

‘We willen kijken of we hier kunnen overnachten’, zeg ik. We hebben genoeg gelopen vandaag, 22 kilometer van Nasahuenco naar Caquena is mooi. Het was ook echt mooi. We hebben een groot deel van de dag door een brede vallei gelopen. Grillige rotshellingen aan weerszijden van een breed uitwaaierend riviertje met overal mos. Heerlijk voor lama’s, alpaca’s en vicuña’s, die we dan ook regelmatig zien.

Het eerste gebouw van het dorp is van de carabineros, de Chileense politie. Zodra wij aan komen gelopen, komen er twee carabineros naar buiten. Ze zijn helemaal in het groen. Groene laarzen, groene broek, groene donsjas en een groene muts. Alleen hun zonnebril is niet groen. Volgens één van de carabineros is er een hostal in het dorp. Daar vrolijk ik van op. Dan hoeven we niet te kamperen. De andere verbetert hem echter. Er is wel een hostal, maar de eigenaar is er niet. Eigenlijk is het hele dorp bijna uitgestorven. Morgen is het oudjaar volgens de Aymara jaartelling en veel van de inwoners zijn naar Parinacota om daar oud en nieuw te vieren. Onze begeleiders Alvaro, Marku en Andrea staan nu ook bij ons. Ze nemen het gesprek over en het snelle Spaans kunnen we niet meer volgen. Maar de carabineros gaan ons helpen. We mogen kamperen op de binnenplaats. Ik vraag nog of we ook binnen kunnen slapen, maar het antwoord wordt me niet meteen duidelijk. Als we eenmaal binnen in het gebouw zijn blijkt dat we kunnen kiezen. Of we slapen in soort half open schuur, of we slapen in de serre van het politiebureau. Dat is geen moeilijke keuze. Ze laten ons ook de rest van het gebouw zien. Er is een ruime keuken, een lekker verwarmde woonkamer met kachel en TV en er zijn warme douches. We mogen overal gebruik van maken. Alvaro kijkt me dankbaar aan. ‘Dit is heel goed’, zegt hij, ‘ik heb zin in een warme douche.’

We installeren ons in de serre. De matjes worden uitgerold en de slaapzakken eroverheen gelegd. Andrea vermaakt de carabineros. De keuken heeft een groot gasfornuis met oven en Andrea bakt broodjes. Het ruikt lekker maar zelfs als de broodjes rechtstreeks uit de oven komen zijn ze niet te eten. Ze heeft er maar een klein beetje gist bijgedaan omdat gist slecht is op deze hoogte, maar de bakstenen die we nu eten zijn ook niet goed voor de spijsvertering. De carabineros vrolijken er wel van op. Ze nodigen ons uit om voetbal te kijken vanavond. Chili speelt een oefenwedstrijd tegen Estland, als voorbereiding op de Copa America, het Latijns-Amerikaans kampioenschap.

Om iets over zes slaat de generator aan. Lampen gaan branden en de TV springt automatisch aan. Hier is elektriciteit zolang de generator aan staat en apparaten of lampen volgen het ritme van de generator: om zes uur aan en om twaalf uur weer uit. Chili wint met 4-0 en wordt ook kampioen van Latijns-Amerika. Daar zijn alle Chilenen het over eens.

De volgende ochtend zit ik hard te werken op een van de broodjes van Andrea als de chef van de carabineros binnen komt gelopen. Hij heeft gele slippers aan en een rood-gele badstof badjas waaronder twee behaarde onderbenen te zien zijn. Uit een van de zakken van de badjas steekt een grote fles shampoo en over zijn schouder hangt een handdoek. Hij is duidelijk op weg naar de douche, maar wil ons nog even informeren over temperatuur vannacht: het is 22 graden onder nul geworden. Ik ben extra blij dat we hier zijn gebleven. In de serre is het kwik slechts gezakt tot 2 graden boven nul.

Als wij rond half negen weer willen vertrekken, zijn de carabineros nog aan het kauwen op de broodjes van Andrea aan de keukentafel. We bedanken ze voor hun gastvrijheid. De carabineros vinden het een eer dat wij bij hen in Caquena hebben overnacht. We mogen niet weg voor er foto’s gemaakt zijn. Dit willen de carabineros als ‘requerdo’, een herinnering, vastleggen. Voor het gebouw moeten we poseren, we krijgen een exemplaar van het tijdschrift ‘Carabineros de Chile’ mee en na het nodige handen schudden en de beste wensen kunnen we weg. Op naar Parinacota. Ik hoop dat we in veel plaatsjes carabineros treffen. Dat slaapt wel zo lekker, met deze beste vrienden!

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Regio 15: Arica y Parinacota. Bookmark de permalink .

Een reactie op Je beste vriend

  1. Hoi Jeannette en Arlen,

    Heel leuk, om zo toch op de hoogte te blijven. Wel erg koud he, maar gelukkig alles goed, begrijp ik. Na een paar rustdagen. Hier veel regen. De zon komt ook weer terug; weer lekker fietsen.

    Groeten Frans en Riet

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s