Het begin van Chili

‘Algo mas?’, vraagt de verkoopster.
Ja, we willen nog meer. De hele toonbank ligt al vol met spullen, maar we zijn nog niet klaar met inkopen doen. We bestuderen het grote schap achter de lange toonbank met grote precisie. Misschien ligt er nog iets tussen dat we goed kunnen gebruiken: licht van gewicht, veel calorieën en ook nog met een goede voedingswaarde. De verkoopster doet ons nog wat suggesties van de hand: ketchup, muesli-reepjes of nog een zak suiker?

Putre heeft meer dan tien van dit soort winkeltjes. Ze zijn allemaal bijna hetzelfde. Achter een grote houten toonbank staat een enorm schap, van de vloer tot het plafond. Een karige TL-balk verlicht het winkeltje. Ze verkopen bijna allemaal hetzelfde: blikjes vis, pasta, rijst, instant puree. Maar er zijn kleine verschillen. Eén winkeltje verkoopt Chinese instant noodle-soep. Pakjes van ongeveer 80 gram en ruim 400 kcal per 100 gram. Heet water erbij, drie minuten wachten en klaar. Weinig voedingswaarde, maar wel smakelijk, snel klaar en voldoende calorieën. We kopen de hele winkelvoorraad op, 14 pakjes.

Het is maandag 13 juni en we hebben zojuist bij Conaf (het Chileense ‘staatsbosbeheer’) een grote tas met boodschappen afgeleverd. Zij zorgen ervoor dat deze tas over twee weken in de Conaf hut bij Salar de Surire klaar staat. Dan kunnen wij weer vooruit om verder te gaan, naar Colchane, vijf dagen lopen. Nu zijn we boodschappen aan het doen voor ons allereerste stuk, van Visviri naar Salar de Surire. En daar staan we dan, in het vierde winkeltje dat we bezoeken, om de voorraad die we al hebben aan te vullen. Eerst stellen we onze standaardvragen: ‘heeft u gedroogde vruchten of rozijnen’, ‘heeft u zout in een busje’, ‘heeft u kortkokende rijst’. En zo gaan we nog even door. De meeste producten die wij handig vinden voor onderweg, zijn niet te koop in Putre. En dus speuren we de schappen af naar goede vervangers.

Die avond eten we in één van de restaurantjes van Putre. Een knus, maar rokerig plekje. Want geen enkel huis in Putre heeft verwarming. In het beste geval stoken ze hout in een kachel gemaakt van een oud olievat. Ook in dit restaurant. Alleen trekt de kachel niet zo goed, dus de rook verspreidt zich door het restaurant. Als het hoofdgerecht arriveert gaat mijn Chileens mobieltje af. ‘Het is Alvaro’ zeg ik tegen Jeannette, ‘dus die neem ik maar even op’. Alvaro Mamani is een hooglandindiaan en hij heeft ons vijf maanden geleden beloofd een grote ceremonie te organiseren op Tripartito, het drielandenpunt Peru, Bolivia, Chili, en het startpunt voor onze tocht. Eigenlijk zou Alvaro vandaag al in Putre zijn, maar hij zat niet in de bus vanaf Arica. Toen ik hem vanochtend belde zei hij dat hij pas woensdag naar Putre zou komen. Woensdag, dat is de dag voor onze start in Tripartito en dan zijn wij al Visviri. Alvaro stelt me gerust, hij heeft geregeld dat hij met een andere gids, Aurelio, woensdag naar Putre gaat en donderdagvroeg naar Visviri. We kunnen dan donderdagochtend samen naar Tripartito gaan en daar is dan een kleine ‘cocktail’. Wat die cocktail inhoudt dat zullen we wel zien.

De volgende dag gaan we in het busje van Augenio, een gids die door George van ‘Mountain Lodge La Chakana’ geregeld is, naar Visviri. Ruim 100 kilometer over stoffige zandwegen. Vlak voor Visviri vraagt Augenio waar het hostal ligt waar we naar toe gaan. Ik kijk Jeannette aan. Zij kijkt met een verbaasde blik terug. Wij weten niet waar het hostal ligt, dat weet Augenio toch? We rijden Visviri binnen. Lemen huisjes met daken van stro of golfplaat. Alleen het centrale plein ziet er modern uit. Aan dit plein ligt het gemeentehuis en de sporthal. Hier geeft de overheid het geld aan uit. Augenio vraagt links en rechts naar een hostal of een ‘alojiamento’. Iets om de nacht door te brengen. Hij moet stevig doorvragen en wordt nergens binnengelaten. De mensen openen de deur op een kiertje en staan hem zo te woord. Maar nergens vindt hij iets. Twee plekken zitten vol met arbeiders die aan het spoor werken. Zelfs de carabineros, de Chileense politie, normaal de beste vriend van toeristen, kan ons hier niet helpen. Zij hebben ook geen ruimte over. Uiteindelijk komen we bij señora Lucia terecht. Zij runt het enige restaurant in het dorp en zij heeft een huisje waar we in kunnen slapen. Een norse man met een vale overal aan en een gebreide muts op moet de sleutel gaan halen. Augenio inspecteert het huisje, wij moeten in de auto blijven wachten. Even later komt hij terug. ‘Het is goed’, zegt hij, kom maar mee naar binnen. We krijgen de ruimtes te zien: een rommelige woonkamer, een keuken waar overal rotzooi ligt en twee slaapkamers. De douche heeft geen warm water en het het toilet spoelt niet door. We hebben geen keus, het begint al te schemeren als we onze spullen naar binnen brengen.

We eten bij señora Lucia. Nergens aan de buitenkant is te zien dat dit een restaurant is. We lopen door de groene stalen deur naar binnen en komen in een kale ruimte, verlicht met één peertje. Er staan twee lange tafels met plastic kleden met een geel-groen bloemetjesmotief en kleine houten stoeltjes. ‘Kunnen we eten?’, vragen we aan señora Lucia. ‘Puree met zalm’, is haar korte antwoord. Zalm? We zitten op meer dan 4000 meter hoogte en bijna 200 kilometer van de kust en señora Lucia serveert zalm. Dat lusten we niet, maar ze heeft geen vlees en geen groenten en ze kijkt ons vragend aan. ‘Toch maar zalm?’, lijken haar ogen te zeggen. ‘Heeft u ook eieren?’ probeert Jeannette nog. Dat heeft ze, dus we even later zitten we aan de puree met twee gebakken eieren. We zijn blij dat we ons thermo-ondergoed en onze donsjassen aanhebben. Het is koud in Visviri en nergens is verwarming, zelfs geen houtkachel.

Woensdagochtend stipt om tien uur rijdt Aurelio met zijn toeristenbusje Visviri in. Alvaro is erbij en nog twee andere Chilenen die ons gaan vergezellen: Marku en zijn moeder Andrea. Even later staan we bij de douane van Visviri. We gaan Chili uit, vindt de douane en dus mogen we formuliertjes invullen en krijgen we stempels in onze paspoorten. Het loopt al tegen het middaguur als we bij het drielandenpunt, Tripartito, aankomen. Een driehoekige betonnen obelisk markeert de plek. Wij lopen een rondje rond de obelisk en zijn zo van Chili in Bolivia en twee passen verder in Peru. De douane heeft gelijk: we gaan Chili uit.

Alvaro bereidt de ‘cocktail’ voor. Op het Chileense deel van de betonnen voet van de obelisk spreidt hij een kleedje uit. Hierop komen blikjes bier, alcohol, zijn GPS, twee veren van een condor en in het midden een klein dichtgevouwen kleedje met cocabladeren. Wij zetten er onze fles Bokma bij. Alvaro roept iedereen bijeen, onze wheelies worden aan weerskanten van kleedje neergezet en de ceremonie kan beginnen. Alvaro knielt neer voor het kleed en roept zijn voorouders aan. Hij dankt de natuur: de bergen, het water, de wind en het vuur. Hij vraagt Pachamama, moeder natuur, vriendelijk voor ons te zijn, zodat we onze tocht kunnen volbrengen. Voorzichtig openen zijn handen het kleedje met de cocabladeren. Cocabladeren zijn het meest heilig voor de Aymara’s, de hooglandindianen. Vol eerbied beroert hij de bladeren en op elke hoekpunt van het kleedje strooit hij een paar bladeren uit. Het is een offer voor Pachamama, een offer voor de bergen, het water, de wind en het vuur. Hetzelfde doet hij met de alcohol en Bokma. Hij schenkt een beetje in de dop en giet dit op de hoekpunten uit. Ook een offer voor Pachamama. Dit keer worden ook de wielen van de wheelies niet overgeslagen. Zij worden besprenkeld met een beetje Bokma. Gelukkig kan rubber tegen alcohol. Daarna is het onze beurt. Ook wij knielen neer. Ik zeg wat over de natuur en samen met Jeannette herhalen we de rituelen van Alvaro. Marku en Andrea doen dit ook en tot slot is Aurelio aan de beurt. Hij doet de ceremonie in het Aymara en we kunnen er dus niks van volgen. Als afsluiting pakt Alvaro de blikjes bier en geeft er één aan Marku en één aan mij. We openen de blikjes en lopen een rondje om de obelisk terwijl we het bier uitgieten. We laten er nog genoeg inzitten om een toast uit te brengen en een slok bier te nemen. Dan kan onze tocht beginnen. Jeannette en ik gespen de wheelies aan, we lopen via Bolivia en Peru weer naar Chili en zetten koers naar Visviri.

Ruim drie uur later bereiken we Visviri. Een groot bord begroet ons: Visviri, donde comienza Chile. Visviri, waar Chili begint. Visviri lijkt meer op het einde van Chili, maar wij zijn begonnen. Het begin van Chili.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Regio 15: Arica y Parinacota. Bookmark de permalink .

Een reactie op Het begin van Chili

  1. jan jouvenaar zegt:

    Jullie hebben neem ik ook de bokma soldaat gemaakt of ligt er ergens een dronken toverdokter tussen de bosjes. Ik kijk naar jullie nieuwe belevenissen en wees voorzichtig en geniet ervan

    Jan

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s